BWBR0045685
Geldig vanaf 2025-11-21
Artikel 5.7.18
Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021
Onverminderd artikel 2.11beslist de minister afwijzend op een aanvraag voor subsidie voor het geven van advies indien:
a. de adviseur niet overeenkomstig artikel 38, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 is erkend in het kader van het bedrijfsadviseringssysteem;
b. advisering in een groepsverband heeft plaatsgevonden;
c. de advisering niet hoofdzakelijk was gericht op het in de aanvraag vermelde onderwerp;
d. de erkende bedrijfsadviseur financieel niet onafhankelijk is van de aanvrager waardoor het te verstrekken advies niet onpartijdig is in de zin van artikel 15, derde lid, van verordening 2021/2115;
e. de erkende bedrijfsadviseur niet toereikend gekwalificeerd of voldoende opgeleid is of sprake is van belangenconflicten als bedoeld in artikel 15, derde lid, van verordening 2021/2115;
f. de erkende bedrijfsadviseur niet deskundig is op het onderwerp, bedoeld in artikel 5.7.10, eerste lid, waarop de advisering is gericht; of
g. het advies niet in gaat op tenminste de volgende elementen: 1°. de adviesbehoefte van de landbouwer met betrekking tot het gekozen aandachtsgebied;
2°. de specifieke bedrijfssituatie van de landbouwer;
3°. de probleemanalyse;
4°. de beoogde impact van het advies.
1°. de adviesbehoefte van de landbouwer met betrekking tot het gekozen aandachtsgebied;
2°. de specifieke bedrijfssituatie van de landbouwer;
3°. de probleemanalyse;
4°. de beoogde impact van het advies.
a. de adviseur niet overeenkomstig artikel 38, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 is erkend in het kader van het bedrijfsadviseringssysteem;
b. advisering in een groepsverband heeft plaatsgevonden;
c. de advisering niet hoofdzakelijk was gericht op het in de aanvraag vermelde onderwerp;
d. de erkende bedrijfsadviseur financieel niet onafhankelijk is van de aanvrager waardoor het te verstrekken advies niet onpartijdig is in de zin van artikel 15, derde lid, van verordening 2021/2115;
e. de erkende bedrijfsadviseur niet toereikend gekwalificeerd of voldoende opgeleid is of sprake is van belangenconflicten als bedoeld in artikel 15, derde lid, van verordening 2021/2115;
f. de erkende bedrijfsadviseur niet deskundig is op het onderwerp, bedoeld in artikel 5.7.10, eerste lid, waarop de advisering is gericht; of
g. het advies niet in gaat op tenminste de volgende elementen: 1°. de adviesbehoefte van de landbouwer met betrekking tot het gekozen aandachtsgebied;
2°. de specifieke bedrijfssituatie van de landbouwer;
3°. de probleemanalyse;
4°. de beoogde impact van het advies.
1°. de adviesbehoefte van de landbouwer met betrekking tot het gekozen aandachtsgebied;
2°. de specifieke bedrijfssituatie van de landbouwer;
3°. de probleemanalyse;
4°. de beoogde impact van het advies.