BWBR0045685
Geldig vanaf 2025-11-21
Artikel 5.8.4.9
Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021
1. Onverminderd artikel 2.9bevat de aanvraag ten minste de volgende gegevens:
a. een intekening door de aanvrager op de beschikbaar gestelde digitale omgevingskaart met daarin aangegeven de percelen waar het samenwerkingsverband de activiteiten wil uitvoeren;
b. een beschrijving van de beoogde activiteiten die door het samenwerkingsverband uitgevoerd gaan worden en een begroting van de kosten van die activiteiten volgens de omschrijving in bijlage 3;
c. in geval van een projectplan van een samenwerkingsverband waaraan een melkveehouderijbedrijf deelneemt, een berekening van de gemiddelde dierexcretie in het jaar 2025 en, in het geval 2025 niet het referentiejaar is, zoals bedoeld in artikel 5.8.4.3, zesde lid, het jaar 2024 van elk van de deelnemende melkveehouderijbedrijven, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per hectare per bedrijf per jaar;
d. in geval van een projectplan van een samenwerkingsverband waaraan een akkerbouwbedrijf deelneemt, een berekening van de gemiddelde dierexcretie in het jaar 2025;
e. in geval van een projectplan van een samenwerkingsverband waaraan een melkveehouderijbedrijf deelneemt, een berekening van de gemiddelde dierexcretie van elk van de deelnemende melkveehouderijbedrijven na uitvoering van het project, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per hectare per bedrijf per jaar;
f. een berekening van de gemiddelde stikstofbemesting in het referentiejaar, bedoeld in artikel 5.8.4.3, zesde lid, van elk van de deelnemende melkveehouderijbedrijven en akkerbouwbedrijven, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per hectare per bedrijf per jaar;
g. een berekening van de gemiddelde stikstofbemesting na uitvoering van het project van elk van de deelnemende melkveehouderijbedrijven en akkerbouwbedrijven, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per hectare per bedrijf per jaar;
h. een toelichting op de haalbaarheid van het project in relatie tot de kennis en ervaring met extensieve melkveehouderijbedrijven en akkerbouwbedrijven;
i. een beschrijving van de mogelijke omgevingseffecten en uitkomsten van de afstemming met regionale overheden en relevante gebiedspartijen;
j. een beschrijving van welke percelen van welke bedrijven meedoen.
2. Onverminderd artikel 2.18dient de subsidieontvanger uiterlijk 1 april 2028 een tussenrapportage in bij de Minister. Deze tussenrapportage bevat een overzicht van de uitgevoerde activiteiten en de behaalde deelresultaten na het eerste beheerjaar in 2027.
3. Onverminderd artikel 2.19, vierde en vijfde lid, gaat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld van:
a. een factuur en een betaalbewijs van alle kosten bedoeld in bijlage 3, onderdelen 1 tot en met 4;
b. in geval van een projectplan van een samenwerkingsverband waaraan een melkveehouderijbedrijf deelneemt, documenten met daarin informatie per melkveehouderijbedrijf over de jaarlijkse totale dierexcretie, de jaarlijkse totale stikstofbemesting en een intekening op de beschikbaar gestelde digitale omgevingskaart waaruit blijkt dat het landbouwareaal van het bedrijf voor meer dan 50% ligt binnen overgangsgebied N2000;
c. in geval van een projectplan van een samenwerkingsverband waaraan een akkerbouwbedrijf deelneemt, documenten met daarin informatie per akkerbouwbedrijf over de jaarlijkse totale dierexcretie en de jaarlijkse totale stikstofbemesting, het percentage van het landbouwareaal waarop een rustgewasplus is geteeld en een intekening op de beschikbaar gestelde digitale omgevingskaart waaruit blijkt dat het landbouwareaal van het bedrijf voor meer dan 50% ligt binnen overgangsgebied N2000;
d. in geval van een akkerbouwbedrijf dat alleen biologische gewasbeschermingsmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen die zijn opgenomen in de Skal inputlijst gebruikt, documenten met daarin informatie over de gebruikte gewasbeschermingsmiddelen.
a. een intekening door de aanvrager op de beschikbaar gestelde digitale omgevingskaart met daarin aangegeven de percelen waar het samenwerkingsverband de activiteiten wil uitvoeren;
b. een beschrijving van de beoogde activiteiten die door het samenwerkingsverband uitgevoerd gaan worden en een begroting van de kosten van die activiteiten volgens de omschrijving in bijlage 3;
c. in geval van een projectplan van een samenwerkingsverband waaraan een melkveehouderijbedrijf deelneemt, een berekening van de gemiddelde dierexcretie in het jaar 2025 en, in het geval 2025 niet het referentiejaar is, zoals bedoeld in artikel 5.8.4.3, zesde lid, het jaar 2024 van elk van de deelnemende melkveehouderijbedrijven, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per hectare per bedrijf per jaar;
d. in geval van een projectplan van een samenwerkingsverband waaraan een akkerbouwbedrijf deelneemt, een berekening van de gemiddelde dierexcretie in het jaar 2025;
e. in geval van een projectplan van een samenwerkingsverband waaraan een melkveehouderijbedrijf deelneemt, een berekening van de gemiddelde dierexcretie van elk van de deelnemende melkveehouderijbedrijven na uitvoering van het project, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per hectare per bedrijf per jaar;
f. een berekening van de gemiddelde stikstofbemesting in het referentiejaar, bedoeld in artikel 5.8.4.3, zesde lid, van elk van de deelnemende melkveehouderijbedrijven en akkerbouwbedrijven, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per hectare per bedrijf per jaar;
g. een berekening van de gemiddelde stikstofbemesting na uitvoering van het project van elk van de deelnemende melkveehouderijbedrijven en akkerbouwbedrijven, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per hectare per bedrijf per jaar;
h. een toelichting op de haalbaarheid van het project in relatie tot de kennis en ervaring met extensieve melkveehouderijbedrijven en akkerbouwbedrijven;
i. een beschrijving van de mogelijke omgevingseffecten en uitkomsten van de afstemming met regionale overheden en relevante gebiedspartijen;
j. een beschrijving van welke percelen van welke bedrijven meedoen.
2. Onverminderd artikel 2.18dient de subsidieontvanger uiterlijk 1 april 2028 een tussenrapportage in bij de Minister. Deze tussenrapportage bevat een overzicht van de uitgevoerde activiteiten en de behaalde deelresultaten na het eerste beheerjaar in 2027.
3. Onverminderd artikel 2.19, vierde en vijfde lid, gaat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld van:
a. een factuur en een betaalbewijs van alle kosten bedoeld in bijlage 3, onderdelen 1 tot en met 4;
b. in geval van een projectplan van een samenwerkingsverband waaraan een melkveehouderijbedrijf deelneemt, documenten met daarin informatie per melkveehouderijbedrijf over de jaarlijkse totale dierexcretie, de jaarlijkse totale stikstofbemesting en een intekening op de beschikbaar gestelde digitale omgevingskaart waaruit blijkt dat het landbouwareaal van het bedrijf voor meer dan 50% ligt binnen overgangsgebied N2000;
c. in geval van een projectplan van een samenwerkingsverband waaraan een akkerbouwbedrijf deelneemt, documenten met daarin informatie per akkerbouwbedrijf over de jaarlijkse totale dierexcretie en de jaarlijkse totale stikstofbemesting, het percentage van het landbouwareaal waarop een rustgewasplus is geteeld en een intekening op de beschikbaar gestelde digitale omgevingskaart waaruit blijkt dat het landbouwareaal van het bedrijf voor meer dan 50% ligt binnen overgangsgebied N2000;
d. in geval van een akkerbouwbedrijf dat alleen biologische gewasbeschermingsmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen die zijn opgenomen in de Skal inputlijst gebruikt, documenten met daarin informatie over de gebruikte gewasbeschermingsmiddelen.