BWBR0045685
Geldig vanaf 2025-11-21
Artikel 5.2.46
Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021
1. De uitgavenposten, bedoeld in artikel 5.2.45, derde lid, die in het operationeel programma zijn opgenomen voor de jaren na het eerste jaar van het operationeel programma worden voor de desbetreffende jaren jaarlijks, bij de aanvraag tot subsidieverlening voor het volgende jaar, onderbouwd door middel van minimaal drie onderling vergelijkbare kostenbegrotingen per uitgavenpost.
2. In afwijking van artikel 5.2.45, derde lid, en het eerste lid, kan een begroting voor een uitgavenpost voor een activiteit waarvan de uitgaven in een uitvoeringsjaar worden geraamd op minder dan € 25.000 worden onderbouwd aan de hand van een enkele kostenbegroting.
3. Indien een uitgavenpost voor een activiteit aantoonbaar door slechts een enkele of ten hoogste twee partijen kan worden uitgevoerd of begroot, wordt een begroting, in afwijking van het eerste lid en artikel 5.2.45, tweede en derde lid, onderbouwd met de beschikbare kostenbegroting(en).
4. Indien een begroting voor een uitgavenpost wordt onderbouwd aan de hand van meerdere kostenbegrotingen wordt de economisch meest voordelige kostenbegroting gekozen. De keuze voor de in de begroting opgenomen kostenbegroting wordt voldoende gemotiveerd.
5. De verplichting tot het overleggen van kostenbegrotingen en de daaruit voortvloeiende eis om de keuze voor een bepaalde kostenbegroting te motiveren is niet van toepassing op:
a. personeelskosten, bedoeld in paragraaf 3.2 van deze afdeling; en
b. de uitgaven, bedoeld in de artikelen 5.3.179 tot en met 5.3.186.
6. De minister kan besluiten dat de verplichting tot het overleggen van kostenbegrotingen en de daaruit voortvloeiende eis om de keuze voor een bepaalde kostenbegroting te motiveren, wordt verlegd naar een entiteit die op grond van een uitbestedingsovereenkomst namens een of meer producentenorganisaties zelfstandig een activiteit of uitgavenpost onder hun beheer uitvoert of laat uitvoeren.
2. In afwijking van artikel 5.2.45, derde lid, en het eerste lid, kan een begroting voor een uitgavenpost voor een activiteit waarvan de uitgaven in een uitvoeringsjaar worden geraamd op minder dan € 25.000 worden onderbouwd aan de hand van een enkele kostenbegroting.
3. Indien een uitgavenpost voor een activiteit aantoonbaar door slechts een enkele of ten hoogste twee partijen kan worden uitgevoerd of begroot, wordt een begroting, in afwijking van het eerste lid en artikel 5.2.45, tweede en derde lid, onderbouwd met de beschikbare kostenbegroting(en).
4. Indien een begroting voor een uitgavenpost wordt onderbouwd aan de hand van meerdere kostenbegrotingen wordt de economisch meest voordelige kostenbegroting gekozen. De keuze voor de in de begroting opgenomen kostenbegroting wordt voldoende gemotiveerd.
5. De verplichting tot het overleggen van kostenbegrotingen en de daaruit voortvloeiende eis om de keuze voor een bepaalde kostenbegroting te motiveren is niet van toepassing op:
a. personeelskosten, bedoeld in paragraaf 3.2 van deze afdeling; en
b. de uitgaven, bedoeld in de artikelen 5.3.179 tot en met 5.3.186.
6. De minister kan besluiten dat de verplichting tot het overleggen van kostenbegrotingen en de daaruit voortvloeiende eis om de keuze voor een bepaalde kostenbegroting te motiveren, wordt verlegd naar een entiteit die op grond van een uitbestedingsovereenkomst namens een of meer producentenorganisaties zelfstandig een activiteit of uitgavenpost onder hun beheer uitvoert of laat uitvoeren.