BWBR0045685
Geldig vanaf 2025-11-21
Artikel 3.6.8
Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021
1. De minister kent aan een aanvraag om subsidie een hoger aantal punten toe naarmate:
a. het aangevraagde project een grotere bijdrage levert aan: 1°. de verwerking en afzet van visserij- of aquacultuurproducten door verkorting van de ketens of verdere verwaarding;
2°. het verbeteren van de informatievoorziening door productinformatie; of
3°. de promotie of afzetbevordering van visserij- of aquacultuurproducten;
1°. de verwerking en afzet van visserij- of aquacultuurproducten door verkorting van de ketens of verdere verwaarding;
2°. het verbeteren van de informatievoorziening door productinformatie; of
3°. de promotie of afzetbevordering van visserij- of aquacultuurproducten;
b. het aangevraagde project voor een breder aantal marktdeelnemers als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 30, van verordening 1380/2013 van waarde is;
c. het aangevraagde project een grotere bijdrage levert aan de ecologische verduurzaming van de verwerking en afzet van visserij- of aquacultuurproducten, doordat het project een positief effect heeft op de natuurlijke leefomgeving en ecosystemen;
d. het aangevraagde project meer economisch of technisch perspectief heeft op toepassing op praktijkschaal; en
e. de kwaliteit van de aanvraag hoger is.
2. Het aantal punten bedraagt per onderdeel van het eerste lid ten hoogste 10.
3. Voor het totaal aantal punten is de wegingsfactor voor de onderdelen a tot en met e van het eerste lid respectievelijk 25%, 15%, 20%, 20% en 20%.
4. De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.
a. het aangevraagde project een grotere bijdrage levert aan: 1°. de verwerking en afzet van visserij- of aquacultuurproducten door verkorting van de ketens of verdere verwaarding;
2°. het verbeteren van de informatievoorziening door productinformatie; of
3°. de promotie of afzetbevordering van visserij- of aquacultuurproducten;
1°. de verwerking en afzet van visserij- of aquacultuurproducten door verkorting van de ketens of verdere verwaarding;
2°. het verbeteren van de informatievoorziening door productinformatie; of
3°. de promotie of afzetbevordering van visserij- of aquacultuurproducten;
b. het aangevraagde project voor een breder aantal marktdeelnemers als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 30, van verordening 1380/2013 van waarde is;
c. het aangevraagde project een grotere bijdrage levert aan de ecologische verduurzaming van de verwerking en afzet van visserij- of aquacultuurproducten, doordat het project een positief effect heeft op de natuurlijke leefomgeving en ecosystemen;
d. het aangevraagde project meer economisch of technisch perspectief heeft op toepassing op praktijkschaal; en
e. de kwaliteit van de aanvraag hoger is.
2. Het aantal punten bedraagt per onderdeel van het eerste lid ten hoogste 10.
3. Voor het totaal aantal punten is de wegingsfactor voor de onderdelen a tot en met e van het eerste lid respectievelijk 25%, 15%, 20%, 20% en 20%.
4. De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.