BWBR0045685
Geldig vanaf 2025-11-21
Artikel 5.2.28
Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021
1. De producentenorganisatie overlegt jaarlijks voor 1 maart aan de Minister:
a. de verslagen van de in het afgelopen boekjaar gehouden algemene vergaderingen;
b. een ledenlijst per 1 januari van het lopende jaar, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel inclusief vermelding van de niet-producerende leden, nieuwe leden en leden die gedurende het vorige jaar zijn uitgetreden, onder vermelding van de datum van uittreding, alsook van de leden waarop artikel 5.2.4, vijfde lid, van toepassing is; en
c. een parafenlijst van tekenbevoegde personen binnen de producentenorganisatie.
2. De producentenorganisatie overlegt jaarlijks uiterlijk op 1 juni, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel, aan de minister een samenvattend overzicht van:
a. de door de leden op grond van artikel 5.2.11, derde lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 4°, aan de producentenorganisatie verstrekte informatie;
b. het areaal van de leden van de producentenorganisatie;
c. de door de leden van de producentenorganisatie geteelde gewassen;
d. de hoeveelheden en waarden van een product waarvoor aan de leden een toestemming op grond van artikel 12 van verordening 2017/891 is verleend; en
e. de omzet van de producentenorganisatie.
3. De producentenorganisatie overlegt jaarlijks uiterlijk op 1 oktober de jaarrekening over het laatste uitvoeringsjaar, voorzien van een controleverklaring van een extern accountant.
4. De verplichting om een controleverklaring van een extern accountant te overleggen als bedoeld in het derde lid is niet van toepassing op een producentenorganisatie die een rechtspersoon is als bedoeld in artikel 396, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
a. de verslagen van de in het afgelopen boekjaar gehouden algemene vergaderingen;
b. een ledenlijst per 1 januari van het lopende jaar, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel inclusief vermelding van de niet-producerende leden, nieuwe leden en leden die gedurende het vorige jaar zijn uitgetreden, onder vermelding van de datum van uittreding, alsook van de leden waarop artikel 5.2.4, vijfde lid, van toepassing is; en
c. een parafenlijst van tekenbevoegde personen binnen de producentenorganisatie.
2. De producentenorganisatie overlegt jaarlijks uiterlijk op 1 juni, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel, aan de minister een samenvattend overzicht van:
a. de door de leden op grond van artikel 5.2.11, derde lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 4°, aan de producentenorganisatie verstrekte informatie;
b. het areaal van de leden van de producentenorganisatie;
c. de door de leden van de producentenorganisatie geteelde gewassen;
d. de hoeveelheden en waarden van een product waarvoor aan de leden een toestemming op grond van artikel 12 van verordening 2017/891 is verleend; en
e. de omzet van de producentenorganisatie.
3. De producentenorganisatie overlegt jaarlijks uiterlijk op 1 oktober de jaarrekening over het laatste uitvoeringsjaar, voorzien van een controleverklaring van een extern accountant.
4. De verplichting om een controleverklaring van een extern accountant te overleggen als bedoeld in het derde lid is niet van toepassing op een producentenorganisatie die een rechtspersoon is als bedoeld in artikel 396, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.