BWBR0045685
Geldig vanaf 2025-11-21
Artikel 5.2.63
Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021
1. Ter uitvoering van artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van verordening 2022/126behoudt de eigenaar het eigendom en bezit van een duurzaam productiemiddel tot ten minste vijf jaar vanaf het moment waarop het duurzaam productiemiddel ter beschikking is gesteld.
2. Indien de producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties aantoont dat de gebruikelijke fiscale afschrijvingsperiode van een investering in een duurzaam productiemiddel korter is dan de periode, bedoeld in het eerste lid, blijft een duurzaam productiemiddel tot het einde van de fiscale afschrijvingsperiode in eigendom en bezit van de eigenaar.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de opbrengst van bomen en meerjarige planten, geleverd aan de producentenorganisatie, unie van producentenorganisaties of dochteronderneming:
a. tot ten minste vijf jaar vanaf het moment waarop het duurzaam productiemiddel ter beschikking is gesteld; of
b. indien de producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties aantoont dat de fiscale afschrijvingsperiode van de boom of meerjarige plant korter is dan de periode, bedoeld in onderdeel a, tot ten minste het einde van de fiscale afschrijvingsperiode.
4. Indien een producentenorganisatie, unie van producentenorganisaties of een dochteronderneming daarvan de eigenaar is van een duurzaam productiemiddel en een lid van de producentenorganisatie of de unie van producentenorganisaties de houder is van dat duurzaam productiemiddel, geldt de termijn, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, slechts voor het eigendom van het duurzaam productiemiddel.
5. De producentenorganisatie informeert de minister onverwijld over vervreemding van een duurzaam productiemiddel binnen de in het eerste lid genoemde termijn en de reden hiervan.
2. Indien de producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties aantoont dat de gebruikelijke fiscale afschrijvingsperiode van een investering in een duurzaam productiemiddel korter is dan de periode, bedoeld in het eerste lid, blijft een duurzaam productiemiddel tot het einde van de fiscale afschrijvingsperiode in eigendom en bezit van de eigenaar.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de opbrengst van bomen en meerjarige planten, geleverd aan de producentenorganisatie, unie van producentenorganisaties of dochteronderneming:
a. tot ten minste vijf jaar vanaf het moment waarop het duurzaam productiemiddel ter beschikking is gesteld; of
b. indien de producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties aantoont dat de fiscale afschrijvingsperiode van de boom of meerjarige plant korter is dan de periode, bedoeld in onderdeel a, tot ten minste het einde van de fiscale afschrijvingsperiode.
4. Indien een producentenorganisatie, unie van producentenorganisaties of een dochteronderneming daarvan de eigenaar is van een duurzaam productiemiddel en een lid van de producentenorganisatie of de unie van producentenorganisaties de houder is van dat duurzaam productiemiddel, geldt de termijn, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, slechts voor het eigendom van het duurzaam productiemiddel.
5. De producentenorganisatie informeert de minister onverwijld over vervreemding van een duurzaam productiemiddel binnen de in het eerste lid genoemde termijn en de reden hiervan.