BWBR0045685
Geldig vanaf 2025-11-21
Artikel 5.8.5.9
Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021
1. Onverminderd artikel 2.9bevat de aanvraag tot subsidieverlening de volgende gegevens:
a. een beschrijving van de beoogde activiteiten die door het samenwerkingsverband-watersysteem uitgevoerd worden en een begroting van de kosten van die activiteiten volgens de omschrijving in bijlage 3, onderdelen 1c, 2c, 3, 4, 7 en 8;
b. een toelichting op de niet-productieve investeringen in het watersysteem en op vergoedingen voor waardedaling van landbouwgrond, genoemd in bijlage 3, onderdelen 7 en 8, inclusief intekening van de maatregelen op een omgevingskaart en een beschrijving van de effecten van het project op de rangschikkingscriteria;
c. offertes horend bij de in artikel 5.8.5.3, eerste lid, onderdelen a tot en met e en h, genoemde subsidiabele kosten, overeenkomstig bijlage 3, onderdelen 1c, 2c, 3, 4, 7a, 7c en 8b;
d. indien de kosten genoemd in artikel 5.8.5.3, eerste lid, onderdelen f en g, deel uitmaken van het project, taxaties of de publicatie van het Kadaster van de gemiddelde grondwaarde van landbouwgrond in de betreffende provincie, overeenkomstig bijlage 3, onderdelen 7b en 8a;
e. indien de kosten genoemd in artikel 5.8.5.3, eerste lid, onderdeel g, deel uitmaken van het project, een berekening van het verschil tussen de kosten van aankoop van grond en de restwaarde, overeenkomstig bijlage 3, onderdeel 8a;
f. indien de kosten genoemd in artikel 5.8.5.3, eerste lid, onderdeel f, deel uitmaken het project een berekening van de waardedaling bedoeld in artikel 5.8.5.3, eerste lid, onderdeel f, overeenkomstig bijlage 3, onderdeel 7b.
2. De subsidieontvanger dient jaarlijks een rapportage als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, in bij de Minister.
3. Onverminderd artikel 2.19, vierde en vijfde lid, gaat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld van:
a. ondertekende offerten van de subsidiabele kosten genoemd in bijlage 3, onderdelen 1c, 2c, 3, 4, 7a, 7c en 8b;
b. facturen van de subsidiabele kosten genoemd in bijlage 3, onderdelen 1c, 2c, 3, 4, 7 en 8b;
c. betaalbewijzen van de subsidiabele kosten genoemd in bijlage 3, onderdelen 1c, 2c, 3, 4, 7 en 8;
d. taxaties van de aangekochte grond, de restwaarde en de in waarde gedaalde landbouwgrond, genoemd in bijlage 3, onderdelen 7b en 8a;
e. een afschrift van de notariële akte, bedoeld in artikel 5.8.5.8, vierde lid, onderdeel b, bij de subsidiabele kosten genoemd in bijlage 3, onderdeel 8a.
f. een afschrift van de notariële akte van levering behorend bij de aankoop van grond, genoemd in artikel 5.8.5.3, eerste lid, onderdeel g;
g. urenstaten ten behoeve van de berekening van de arbeidskosten, bedoeld in artikel 5.8.5.3, tweede lid.
a. een beschrijving van de beoogde activiteiten die door het samenwerkingsverband-watersysteem uitgevoerd worden en een begroting van de kosten van die activiteiten volgens de omschrijving in bijlage 3, onderdelen 1c, 2c, 3, 4, 7 en 8;
b. een toelichting op de niet-productieve investeringen in het watersysteem en op vergoedingen voor waardedaling van landbouwgrond, genoemd in bijlage 3, onderdelen 7 en 8, inclusief intekening van de maatregelen op een omgevingskaart en een beschrijving van de effecten van het project op de rangschikkingscriteria;
c. offertes horend bij de in artikel 5.8.5.3, eerste lid, onderdelen a tot en met e en h, genoemde subsidiabele kosten, overeenkomstig bijlage 3, onderdelen 1c, 2c, 3, 4, 7a, 7c en 8b;
d. indien de kosten genoemd in artikel 5.8.5.3, eerste lid, onderdelen f en g, deel uitmaken van het project, taxaties of de publicatie van het Kadaster van de gemiddelde grondwaarde van landbouwgrond in de betreffende provincie, overeenkomstig bijlage 3, onderdelen 7b en 8a;
e. indien de kosten genoemd in artikel 5.8.5.3, eerste lid, onderdeel g, deel uitmaken van het project, een berekening van het verschil tussen de kosten van aankoop van grond en de restwaarde, overeenkomstig bijlage 3, onderdeel 8a;
f. indien de kosten genoemd in artikel 5.8.5.3, eerste lid, onderdeel f, deel uitmaken het project een berekening van de waardedaling bedoeld in artikel 5.8.5.3, eerste lid, onderdeel f, overeenkomstig bijlage 3, onderdeel 7b.
2. De subsidieontvanger dient jaarlijks een rapportage als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, in bij de Minister.
3. Onverminderd artikel 2.19, vierde en vijfde lid, gaat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld van:
a. ondertekende offerten van de subsidiabele kosten genoemd in bijlage 3, onderdelen 1c, 2c, 3, 4, 7a, 7c en 8b;
b. facturen van de subsidiabele kosten genoemd in bijlage 3, onderdelen 1c, 2c, 3, 4, 7 en 8b;
c. betaalbewijzen van de subsidiabele kosten genoemd in bijlage 3, onderdelen 1c, 2c, 3, 4, 7 en 8;
d. taxaties van de aangekochte grond, de restwaarde en de in waarde gedaalde landbouwgrond, genoemd in bijlage 3, onderdelen 7b en 8a;
e. een afschrift van de notariële akte, bedoeld in artikel 5.8.5.8, vierde lid, onderdeel b, bij de subsidiabele kosten genoemd in bijlage 3, onderdeel 8a.
f. een afschrift van de notariële akte van levering behorend bij de aankoop van grond, genoemd in artikel 5.8.5.3, eerste lid, onderdeel g;
g. urenstaten ten behoeve van de berekening van de arbeidskosten, bedoeld in artikel 5.8.5.3, tweede lid.