BWBR0045685
Geldig vanaf 2025-11-21
Artikel 5.6.2
Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021
1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan de operationele groep voor een project dat bestaat uit het ontwikkelen van innovatieve initiatieven die bijdragen aan de transitie naar een duurzame en toekomstbestendige landbouw en de uitwisseling van kennis hierover.
2. In afwijking van het eerste lid, verstrekt de minister enkel subsidie voor een project dat is gericht op de categorie, bedoeld in het zesde lid, onderdeel b, aan een operationele groep die bestaat uit ten minste vijf varkenshouders, een slachterij en een afzetkanaal van producten uit de varkenshouderij. Een varkenshouder die varkens, niet zijnde biggen, of enkel biggen houdt, kan enkel deelnemen aan een operationele groep indien de eerste type houder biggen afneemt van de laatste type houder en beide houders deelnemen aan dezelfde operationele groep.
3. In afwijking van het eerste lid, verstrekt de minister enkel subsidie voor een project dat is gericht op de categorie, bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, aan een operationele groep die bestaat uit ten minste één jonge landbouwer.
4. Het project bestaat uit:
a. de voorbereiding op de uitvoering van het projectplan, en
b. de uitvoering van het projectplan.
5. Het project draagt bij aan een of meer van de doelstellingen bedoeld in artikel 6, eerste lid, en aan de doelstelling, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van verordening 2021/2115.
6. Het project is gericht op één van de volgende categorieën van activiteiten:
a. Het aantrekken en behouden van jonge landbouwers en bevordering van duurzame bedrijfsontwikkeling in plattelandsgebieden;
b. Het minder toepassen van het verwijderen van een deel van de staart bij biggen in de varkenshouderij in de in artikel 2.3, onderdeel b, van het Besluit diergeneeskundigen, bedoelde situatie en naar aanleiding hiervan het opdoen van ervaring voor het opstellen van een nieuwe ecoregeling als bedoeld in artikel 31 van verordening 2021/2115;
c. Het uitwerken van een ontwerp voor het opzetten van een gebiedsgerichte fieldlab;
d. Het ontwikkelen van andere innovaties die bijdragen aan de doelstellingen, bedoeld in het vijfde lid;
e. Het op orde brengen van digitale randvoorwaarden om digitale innovaties in de agrarische bedrijfsvoering en landbouwrobots te kunnen ontwikkelen of implementeren, om bij te dragen aan het versterken en versnellen van de groene transitie en het reduceren van arbeidsmarkttekorten door middel van een grotere inzet van digitalisering en landbouwrobots voor een toekomstbestendig landbouw- en voedselsysteem en een robuuste natuur.
7. Voor zover aan de operationele groep anderen dan landbouwers deelnemen bevat de subsidie, bedoeld in het eerste lid, staatssteun en wordt zij gerechtvaardigd door artikel 40 van de landbouwvrijstellingsverordening.
8. Een jonge landbouwer beschikt voor de toepassing van deze titel over een passende opleiding of passende vaardigheden als bedoeld in artikel 5.1.1, eerste lid, indien deze beschikt over:
a. een diploma of een getuigschrift van een opleiding landbouw, tuinbouw of aanverwant op het niveau middelbaar beroepsonderwijs of hoger onderwijs; of
b. een bewijs van ten minste twee jaar aantoonbare ervaring met land- en tuinbouwproductie, op het tijdstip van de subsidieaanvraag, tellend vanaf het moment dat de leeftijd van 16 jaar is bereikt, aangevuld met een diploma of een getuigschrift van een cursus op het gebied van bedrijfsovername of agrarische bedrijfsvoering.
9. Een jonge landbouwer is bedrijfshoofd als bedoeld in artikel 5.1.1, eerste lid, indien deze op de datum van indiening van de aanvraag:
a. als natuurlijk persoon een landbouwbedrijf in eigen naam uitoefent; of
b. als natuurlijk persoon: i) doorslaggevende zeggenschap heeft in een landbouwbedrijf;
ii) daadwerkelijke langdurige zeggenschap heeft in een landbouwbedrijf als bedoeld in artikel 16 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023, zonder dat de datum, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van die regeling, hierbij van toepassing is; en
iii) betrokken is bij de dagelijkse bedrijfsvoering in het landbouwbedrijf.
i) doorslaggevende zeggenschap heeft in een landbouwbedrijf;
ii) daadwerkelijke langdurige zeggenschap heeft in een landbouwbedrijf als bedoeld in artikel 16 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023, zonder dat de datum, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van die regeling, hierbij van toepassing is; en
iii) betrokken is bij de dagelijkse bedrijfsvoering in het landbouwbedrijf.
10. Van doorslaggevende zeggenschap als bedoeld in het negende lid, onderdeel b, onder i), is sprake, ingeval een jonge landbouwer:
a. het bedrijf als eenmanszaak voert;
b. bij schriftelijke overeenkomst deelneemt in een maatschap of vennootschap onder firma; of
c. 50 procent of meer van de aandelen bezit in geval van een naamloze vennootschap of besloten vennootschap.
2. In afwijking van het eerste lid, verstrekt de minister enkel subsidie voor een project dat is gericht op de categorie, bedoeld in het zesde lid, onderdeel b, aan een operationele groep die bestaat uit ten minste vijf varkenshouders, een slachterij en een afzetkanaal van producten uit de varkenshouderij. Een varkenshouder die varkens, niet zijnde biggen, of enkel biggen houdt, kan enkel deelnemen aan een operationele groep indien de eerste type houder biggen afneemt van de laatste type houder en beide houders deelnemen aan dezelfde operationele groep.
3. In afwijking van het eerste lid, verstrekt de minister enkel subsidie voor een project dat is gericht op de categorie, bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, aan een operationele groep die bestaat uit ten minste één jonge landbouwer.
4. Het project bestaat uit:
a. de voorbereiding op de uitvoering van het projectplan, en
b. de uitvoering van het projectplan.
5. Het project draagt bij aan een of meer van de doelstellingen bedoeld in artikel 6, eerste lid, en aan de doelstelling, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van verordening 2021/2115.
6. Het project is gericht op één van de volgende categorieën van activiteiten:
a. Het aantrekken en behouden van jonge landbouwers en bevordering van duurzame bedrijfsontwikkeling in plattelandsgebieden;
b. Het minder toepassen van het verwijderen van een deel van de staart bij biggen in de varkenshouderij in de in artikel 2.3, onderdeel b, van het Besluit diergeneeskundigen, bedoelde situatie en naar aanleiding hiervan het opdoen van ervaring voor het opstellen van een nieuwe ecoregeling als bedoeld in artikel 31 van verordening 2021/2115;
c. Het uitwerken van een ontwerp voor het opzetten van een gebiedsgerichte fieldlab;
d. Het ontwikkelen van andere innovaties die bijdragen aan de doelstellingen, bedoeld in het vijfde lid;
e. Het op orde brengen van digitale randvoorwaarden om digitale innovaties in de agrarische bedrijfsvoering en landbouwrobots te kunnen ontwikkelen of implementeren, om bij te dragen aan het versterken en versnellen van de groene transitie en het reduceren van arbeidsmarkttekorten door middel van een grotere inzet van digitalisering en landbouwrobots voor een toekomstbestendig landbouw- en voedselsysteem en een robuuste natuur.
7. Voor zover aan de operationele groep anderen dan landbouwers deelnemen bevat de subsidie, bedoeld in het eerste lid, staatssteun en wordt zij gerechtvaardigd door artikel 40 van de landbouwvrijstellingsverordening.
8. Een jonge landbouwer beschikt voor de toepassing van deze titel over een passende opleiding of passende vaardigheden als bedoeld in artikel 5.1.1, eerste lid, indien deze beschikt over:
a. een diploma of een getuigschrift van een opleiding landbouw, tuinbouw of aanverwant op het niveau middelbaar beroepsonderwijs of hoger onderwijs; of
b. een bewijs van ten minste twee jaar aantoonbare ervaring met land- en tuinbouwproductie, op het tijdstip van de subsidieaanvraag, tellend vanaf het moment dat de leeftijd van 16 jaar is bereikt, aangevuld met een diploma of een getuigschrift van een cursus op het gebied van bedrijfsovername of agrarische bedrijfsvoering.
9. Een jonge landbouwer is bedrijfshoofd als bedoeld in artikel 5.1.1, eerste lid, indien deze op de datum van indiening van de aanvraag:
a. als natuurlijk persoon een landbouwbedrijf in eigen naam uitoefent; of
b. als natuurlijk persoon: i) doorslaggevende zeggenschap heeft in een landbouwbedrijf;
ii) daadwerkelijke langdurige zeggenschap heeft in een landbouwbedrijf als bedoeld in artikel 16 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023, zonder dat de datum, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van die regeling, hierbij van toepassing is; en
iii) betrokken is bij de dagelijkse bedrijfsvoering in het landbouwbedrijf.
i) doorslaggevende zeggenschap heeft in een landbouwbedrijf;
ii) daadwerkelijke langdurige zeggenschap heeft in een landbouwbedrijf als bedoeld in artikel 16 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023, zonder dat de datum, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van die regeling, hierbij van toepassing is; en
iii) betrokken is bij de dagelijkse bedrijfsvoering in het landbouwbedrijf.
10. Van doorslaggevende zeggenschap als bedoeld in het negende lid, onderdeel b, onder i), is sprake, ingeval een jonge landbouwer:
a. het bedrijf als eenmanszaak voert;
b. bij schriftelijke overeenkomst deelneemt in een maatschap of vennootschap onder firma; of
c. 50 procent of meer van de aandelen bezit in geval van een naamloze vennootschap of besloten vennootschap.