BWBR0045685
Geldig vanaf 2025-11-21
Artikel 5.3.119
Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021
1. Uitgaven voor investeringen in duurzame energie zijn subsidiabel indien het gaat om onder meer:
a. zonnepanelen;
b. zonnecollectoren;
c. windmolens;
d. aardwarmte;
e. losse batterijen voor tijdelijke opslag van energie ten behoeve van eerder aangeschafte zonnepanelen.
2. In het geval van investeringen genoemd in het eerste lid zijn in combinatie met deze investeringen subsidiabel:
a. de kosten verbonden aan het aansluiten van het lid, de producentenorganisatie of de dochteronderneming op een geothermische bron;
b. in het geval van zonnepanelen en zonnecollectoren de kosten in verband met de aanpassing van het gebouw van de producentenorganisatie, een lid of een dochteronderneming, en het ondersteuningsmateriaal;
c. de kosten verbonden aan het transformatorstation van het lid, de producentenorganisatie of dochteronderneming met aansluiting op een extern transformatorstation van de energieleveranciers en met het versterken van de verbinding voor hernieuwbare energie; en
d. batterijen voor tijdelijke opslag van energie.
3. Niet subsidiabel zijn uitgaven voor:
a. warmte-krachtkoppeling installaties of de revisie daarvan; en
b. biobrandstofbranders.
a. zonnepanelen;
b. zonnecollectoren;
c. windmolens;
d. aardwarmte;
e. losse batterijen voor tijdelijke opslag van energie ten behoeve van eerder aangeschafte zonnepanelen.
2. In het geval van investeringen genoemd in het eerste lid zijn in combinatie met deze investeringen subsidiabel:
a. de kosten verbonden aan het aansluiten van het lid, de producentenorganisatie of de dochteronderneming op een geothermische bron;
b. in het geval van zonnepanelen en zonnecollectoren de kosten in verband met de aanpassing van het gebouw van de producentenorganisatie, een lid of een dochteronderneming, en het ondersteuningsmateriaal;
c. de kosten verbonden aan het transformatorstation van het lid, de producentenorganisatie of dochteronderneming met aansluiting op een extern transformatorstation van de energieleveranciers en met het versterken van de verbinding voor hernieuwbare energie; en
d. batterijen voor tijdelijke opslag van energie.
3. Niet subsidiabel zijn uitgaven voor:
a. warmte-krachtkoppeling installaties of de revisie daarvan; en
b. biobrandstofbranders.