BWBR0047808
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 7.8
Regeling bodemkwaliteit 2022
1. De ontvangende bodem op de toepassingslocatie wordt ten behoeve van de vermelding van de kwaliteitsklasse volgens artikel 25d van het besluitper onderscheiden bodemlaag in de volgende kwaliteitsklasse ingedeeld:
a. als het de landbodem betreft: de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, ‘wonen’ of ‘industrie’, zoals voor grond onderscheiden in tabel 1 van bijlage B; en
b. als het de waterbodem betreft: de kwaliteitsklasse ‘niet verontreinigd’, ‘licht verontreinigd’ of ‘matig verontreinigd’, zoals onderscheiden in tabel 2 van bijlage B.
2. Als de ontvangende bodem volgens artikel 25d van het besluitin een slechtere kwaliteitsklasse moet worden ingedeeld dan vermeld in het eerste lid, wordt de bodem ingedeeld in de kwaliteitsklasse:
a. als het de landbodem betreft: de kwaliteitsklasse ‘industrie’; of
b. als het de waterbodem betreft: de kwaliteitsklasse ‘matig verontreinigd’.
3. De indeling van de ontvangende bodem in een kwaliteitsklasse als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, vindt plaats op grond van de concentratie van elk van de onderzochte stoffen die het rekenkundig gemiddelde is van de volgens artikel 7.7omgerekende concentraties van de stof die in alle onderzochte mengmonsters zijn bepaald.
4. De ontvangende bodem wordt ingedeeld in de slechtste kwaliteitsklasse waarin een van de onderzochte stoffen is ingedeeld. Een stof wordt ingedeeld in de kwaliteitsklasse die wordt begrensd door de concentratiewaarden waartussen de concentratie van de stof is gelegen, die zijn opgenomen in tabel 1, onderscheidenlijk tabel 2, van bijlage B.
5. De indeling in een kwaliteitsklasse vindt plaats volgens onderdeel I van bijlage G, wanneer zich een in dat onderdeel omschreven situatie voordoet.
6. In afwijking van het vierde lid wordt de bodem in de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘niet verontreinigd’, ingedeeld als:
a. wanneer ten minste twee stoffen en ten hoogste zes stoffen zijn onderzocht: de concentratie van ten hoogste een stof de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘niet verontreinigd’, overschrijdt;
b. wanneer ten minste zeven stoffen en ten hoogste vijftien stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste twee stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘niet verontreinigd’, overschrijden;
c. wanneer ten minste zestien stoffen en ten hoogste 26 stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste drie stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘niet verontreinigd’, overschrijden;
d. wanneer ten minste 27 stoffen en ten hoogste 36 stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste vier stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘niet verontreinigd’, overschrijden; en
e. wanneer ten minste 37 stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste vijf stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘niet verontreinigd’, overschrijden.
7. In geval van een overschrijding als bedoeld in het zesde lid van de kwaliteitseisen voor de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’ of de kwaliteitsklasse ‘niet verontreinigd’ bedraagt de concentratie van de desbetreffende stof niet meer dan twee maal de concentratiewaarde die voor de stof in tabel 1, onderscheidenlijk tabel 2, van bijlage Bis opgenomen als bovengrens voor de klasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk de kwaliteitsklasse ‘niet verontreinigd’, met dien verstande dat voor alle stoffen, met uitzondering van nikkel (Ni), tevens geldt dat de concentratie van een stof niet hoger is dan de concentratiewaarde die in tabel 1 van bijlage B is opgenomen als bovengrens voor de kwaliteitsklasse ‘wonen’. Als dit laatste wel het geval is wordt de bodem in een kwaliteitsklasse ingedeeld volgens het achtste en tiende lid.
8. In afwijking van het vierde lid wordt de bodem in de kwaliteitsklasse ‘wonen’ ingedeeld als:
a. wanneer ten minste zeven stoffen en ten hoogste vijftien stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste twee stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘wonen’ overschrijden;
b. wanneer ten minste zestien stoffen en ten hoogste 26 stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste drie stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘wonen’ overschrijden;
c. wanneer ten minste 27 stoffen en ten hoogste 36 stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste vier stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘wonen’ overschrijden; en
d. wanneer ten minste 37 stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste vijf stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘wonen’ overschrijden.
9. Bij de toepassing van het zesde lid en achtste lid worden als onderzochte stoffen alleen meegeteld de onderzochte stoffen waarvoor in kolom 2 van de toepasselijke tabel 1 of 2 van bijlage Been kwaliteitseis is opgenomen.
10. In geval van een overschrijding als bedoeld in het achtste lid van de kwaliteitseisen voor de kwaliteitsklasse ‘wonen’, bedraagt de concentratie van de desbetreffende stof ten hoogste de concentratiewaarde die in tabel 1 van bijlage Bis opgenomen als bovengrens voor de kwaliteitsklasse ‘wonen’, vermeerderd met de concentratiewaarde die is opgenomen als bovengrens voor de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, met dien verstande dat voor alle stoffen tevens geldt dat de concentratie van een stof niet hoger is dan de concentratiewaarde die in tabel 1 van bijlage B is opgenomen als bovengrens voor de kwaliteitsklasse ‘industrie’.
11. In afwijking van het vierde lid wordt de bodem in de kwaliteitsklasse ‘industrie’ ingedeeld als de onderzochte bodemlocatie landbodem betreft en uit het vooronderzoek is gebleken dat voor de toepassingslocatie of een gedeelte daarvan dat volgens artikel 7.5, vijfde lid, is begrensd, de onderzoeksstrategie moet worden gevolgd die in NEN 5740 is beschreven voor:
1° een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP);
2° een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, homogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HO);
3° een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE); of
4° een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO).
a. als het de landbodem betreft: de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, ‘wonen’ of ‘industrie’, zoals voor grond onderscheiden in tabel 1 van bijlage B; en
b. als het de waterbodem betreft: de kwaliteitsklasse ‘niet verontreinigd’, ‘licht verontreinigd’ of ‘matig verontreinigd’, zoals onderscheiden in tabel 2 van bijlage B.
2. Als de ontvangende bodem volgens artikel 25d van het besluitin een slechtere kwaliteitsklasse moet worden ingedeeld dan vermeld in het eerste lid, wordt de bodem ingedeeld in de kwaliteitsklasse:
a. als het de landbodem betreft: de kwaliteitsklasse ‘industrie’; of
b. als het de waterbodem betreft: de kwaliteitsklasse ‘matig verontreinigd’.
3. De indeling van de ontvangende bodem in een kwaliteitsklasse als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, vindt plaats op grond van de concentratie van elk van de onderzochte stoffen die het rekenkundig gemiddelde is van de volgens artikel 7.7omgerekende concentraties van de stof die in alle onderzochte mengmonsters zijn bepaald.
4. De ontvangende bodem wordt ingedeeld in de slechtste kwaliteitsklasse waarin een van de onderzochte stoffen is ingedeeld. Een stof wordt ingedeeld in de kwaliteitsklasse die wordt begrensd door de concentratiewaarden waartussen de concentratie van de stof is gelegen, die zijn opgenomen in tabel 1, onderscheidenlijk tabel 2, van bijlage B.
5. De indeling in een kwaliteitsklasse vindt plaats volgens onderdeel I van bijlage G, wanneer zich een in dat onderdeel omschreven situatie voordoet.
6. In afwijking van het vierde lid wordt de bodem in de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘niet verontreinigd’, ingedeeld als:
a. wanneer ten minste twee stoffen en ten hoogste zes stoffen zijn onderzocht: de concentratie van ten hoogste een stof de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘niet verontreinigd’, overschrijdt;
b. wanneer ten minste zeven stoffen en ten hoogste vijftien stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste twee stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘niet verontreinigd’, overschrijden;
c. wanneer ten minste zestien stoffen en ten hoogste 26 stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste drie stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘niet verontreinigd’, overschrijden;
d. wanneer ten minste 27 stoffen en ten hoogste 36 stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste vier stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘niet verontreinigd’, overschrijden; en
e. wanneer ten minste 37 stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste vijf stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘niet verontreinigd’, overschrijden.
7. In geval van een overschrijding als bedoeld in het zesde lid van de kwaliteitseisen voor de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’ of de kwaliteitsklasse ‘niet verontreinigd’ bedraagt de concentratie van de desbetreffende stof niet meer dan twee maal de concentratiewaarde die voor de stof in tabel 1, onderscheidenlijk tabel 2, van bijlage Bis opgenomen als bovengrens voor de klasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk de kwaliteitsklasse ‘niet verontreinigd’, met dien verstande dat voor alle stoffen, met uitzondering van nikkel (Ni), tevens geldt dat de concentratie van een stof niet hoger is dan de concentratiewaarde die in tabel 1 van bijlage B is opgenomen als bovengrens voor de kwaliteitsklasse ‘wonen’. Als dit laatste wel het geval is wordt de bodem in een kwaliteitsklasse ingedeeld volgens het achtste en tiende lid.
8. In afwijking van het vierde lid wordt de bodem in de kwaliteitsklasse ‘wonen’ ingedeeld als:
a. wanneer ten minste zeven stoffen en ten hoogste vijftien stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste twee stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘wonen’ overschrijden;
b. wanneer ten minste zestien stoffen en ten hoogste 26 stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste drie stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘wonen’ overschrijden;
c. wanneer ten minste 27 stoffen en ten hoogste 36 stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste vier stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘wonen’ overschrijden; en
d. wanneer ten minste 37 stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste vijf stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘wonen’ overschrijden.
9. Bij de toepassing van het zesde lid en achtste lid worden als onderzochte stoffen alleen meegeteld de onderzochte stoffen waarvoor in kolom 2 van de toepasselijke tabel 1 of 2 van bijlage Been kwaliteitseis is opgenomen.
10. In geval van een overschrijding als bedoeld in het achtste lid van de kwaliteitseisen voor de kwaliteitsklasse ‘wonen’, bedraagt de concentratie van de desbetreffende stof ten hoogste de concentratiewaarde die in tabel 1 van bijlage Bis opgenomen als bovengrens voor de kwaliteitsklasse ‘wonen’, vermeerderd met de concentratiewaarde die is opgenomen als bovengrens voor de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, met dien verstande dat voor alle stoffen tevens geldt dat de concentratie van een stof niet hoger is dan de concentratiewaarde die in tabel 1 van bijlage B is opgenomen als bovengrens voor de kwaliteitsklasse ‘industrie’.
11. In afwijking van het vierde lid wordt de bodem in de kwaliteitsklasse ‘industrie’ ingedeeld als de onderzochte bodemlocatie landbodem betreft en uit het vooronderzoek is gebleken dat voor de toepassingslocatie of een gedeelte daarvan dat volgens artikel 7.5, vijfde lid, is begrensd, de onderzoeksstrategie moet worden gevolgd die in NEN 5740 is beschreven voor:
1° een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP);
2° een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, homogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HO);
3° een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE); of
4° een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO).