BWBR0047808
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 5.4
Regeling bodemkwaliteit 2022
1. Ter voorbereiding van de partijkeuring ten behoeve van de afgifte van een verklaring op grond van een partijkeuring voor een partij grond of baggerspecie wordt een vooronderzoek verricht volgens dit artikel.
2. In het vooronderzoek wordt nagegaan welke bodemonderzoeken, activiteiten en ontwikkelingen op de ontgravingslocatie hebben plaatsgevonden en wordt op grond van de aldus verkregen informatie afgeleid en gerapporteerd in hoeverre in de bodem van de ontgravingslocatie rekening moet worden gehouden met de waarschijnlijke aanwezigheid van:
a. stoffen als vermeld in bijlage B die deel uitmaken van het standaardonderzoekspakket;
b. stoffen als vermeld in bijlage B die geen deel uitmaken van het standaardonderzoekspakket, in een concentratie die de kwaliteitseis voor de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘algemeen toepasbaar’, waarschijnlijk overschrijdt;
c. andere verontreinigende stoffen dan in bijlage B vermeld of andere relevante parameters; en
d. bodemvreemd materiaal.
3. In het vooronderzoek wordt tevens onderzocht hoe de partij is ontstaan, in het bijzonder of de partij als nevenproduct is vrijgekomen of door samenvoeging van partijen of splitsing van een partij is ontstaan dan wel bewerking of reiniging van de partij heeft plaatsgevonden.
4. Het vooronderzoek wordt verricht volgens:
a. als sprake is van grond: NEN 5725; en
b. als sprake is van baggerspecie: NEN 5717.
2. In het vooronderzoek wordt nagegaan welke bodemonderzoeken, activiteiten en ontwikkelingen op de ontgravingslocatie hebben plaatsgevonden en wordt op grond van de aldus verkregen informatie afgeleid en gerapporteerd in hoeverre in de bodem van de ontgravingslocatie rekening moet worden gehouden met de waarschijnlijke aanwezigheid van:
a. stoffen als vermeld in bijlage B die deel uitmaken van het standaardonderzoekspakket;
b. stoffen als vermeld in bijlage B die geen deel uitmaken van het standaardonderzoekspakket, in een concentratie die de kwaliteitseis voor de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘algemeen toepasbaar’, waarschijnlijk overschrijdt;
c. andere verontreinigende stoffen dan in bijlage B vermeld of andere relevante parameters; en
d. bodemvreemd materiaal.
3. In het vooronderzoek wordt tevens onderzocht hoe de partij is ontstaan, in het bijzonder of de partij als nevenproduct is vrijgekomen of door samenvoeging van partijen of splitsing van een partij is ontstaan dan wel bewerking of reiniging van de partij heeft plaatsgevonden.
4. Het vooronderzoek wordt verricht volgens:
a. als sprake is van grond: NEN 5725; en
b. als sprake is van baggerspecie: NEN 5717.