BWBR0047808
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 4.5
Regeling bodemkwaliteit 2022
1. De emissies van de te onderzoeken stoffen die in tabel 1 van bijlage Azijn vermeld, in de volgens artikel 4.4verkregen mengmonsters worden bepaald door het verrichten van een beschikbaarheidsproef volgens NEN 7371 of, naar keuze van de opdrachtgever voor het onderzoek, een kolomproef volgens NEN 7373 of NEN 7383.
2. Als voor een van de te onderzoeken stoffen in een vormgegeven bouwstof een diffusiegecontroleerd traject kan worden vastgesteld volgens NEN 7375, mogen de emissies van alle te onderzoeken stoffen uit de bouwstof ook worden bepaald door het uitvoeren van een diffusieproef volgens NEN 7375.
3. Als bij het verrichten van een diffusieproef als bedoeld in het tweede lid voor een te onderzoeken stof een diffusiegecontroleerd traject kan worden vastgesteld, wordt de emissie van de stof uit de bouwstof berekend voor een periode van 64 dagen volgens onderdeel 9.4 van NEN 7375.
4. Als bij het verrichten van een diffusieproef als bedoeld in het tweede lid voor een te onderzoeken stof geen diffusiegecontroleerd traject kan worden vastgesteld, wordt de emissie van de stof uit de bouwstof bepaald door de bovengrens van de uitloging te berekenen voor een periode van 36.500 dagen volgens onderdeel 9.6 van NEN 7375 en de uitkomst vervolgens te delen door 24.
5. In afwijking van het eerste en tweede lid worden de emissies van de te onderzoeken stoffen in zeer open asfaltbeton (ZOAB), zeer open cementbeton en open colloïdaal beton bepaald door het verrichten van een kolomproef volgens NEN 7373 of NEN 7383.
6. De emissies van de te onderzoeken stoffen die volgens dit artikel zijn bepaald, worden geanalyseerd met toepassing van de technieken, beschreven in AP 04 of, als hiervoor in AP 04 geen methode wordt beschreven, de best beschikbare technieken.
2. Als voor een van de te onderzoeken stoffen in een vormgegeven bouwstof een diffusiegecontroleerd traject kan worden vastgesteld volgens NEN 7375, mogen de emissies van alle te onderzoeken stoffen uit de bouwstof ook worden bepaald door het uitvoeren van een diffusieproef volgens NEN 7375.
3. Als bij het verrichten van een diffusieproef als bedoeld in het tweede lid voor een te onderzoeken stof een diffusiegecontroleerd traject kan worden vastgesteld, wordt de emissie van de stof uit de bouwstof berekend voor een periode van 64 dagen volgens onderdeel 9.4 van NEN 7375.
4. Als bij het verrichten van een diffusieproef als bedoeld in het tweede lid voor een te onderzoeken stof geen diffusiegecontroleerd traject kan worden vastgesteld, wordt de emissie van de stof uit de bouwstof bepaald door de bovengrens van de uitloging te berekenen voor een periode van 36.500 dagen volgens onderdeel 9.6 van NEN 7375 en de uitkomst vervolgens te delen door 24.
5. In afwijking van het eerste en tweede lid worden de emissies van de te onderzoeken stoffen in zeer open asfaltbeton (ZOAB), zeer open cementbeton en open colloïdaal beton bepaald door het verrichten van een kolomproef volgens NEN 7373 of NEN 7383.
6. De emissies van de te onderzoeken stoffen die volgens dit artikel zijn bepaald, worden geanalyseerd met toepassing van de technieken, beschreven in AP 04 of, als hiervoor in AP 04 geen methode wordt beschreven, de best beschikbare technieken.