BWBR0047808
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 7.3
Regeling bodemkwaliteit 2022
1. Ter voorbereiding van het bodemonderzoek ten behoeve van de afgifte van een verklaring op grond van een bodemonderzoek voor de kwaliteit van de ontvangende bodem op de toepassingslocatie wordt een vooronderzoek verricht volgens dit artikel.
2. In het vooronderzoek wordt nagegaan welke bodemonderzoeken, activiteiten en ontwikkelingen op de toepassingslocatie hebben plaatsgevonden en wordt op grond van de aldus verkregen informatie afgeleid en gerapporteerd in hoeverre rekening moet worden gehouden met de waarschijnlijke aanwezigheid in de bodem op de toepassingslocatie van:
a. stoffen als vermeld in bijlage B in een concentratie die waarschijnlijk de kwaliteitseis voor de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘niet verontreinigd’, overschrijdt;
b. stoffen als vermeld in bijlage B in een van nature verhoogde concentratie; en
c. verschillende kwaliteitsklassen.
3. In het vooronderzoek wordt tevens bepaald welke onderzoeksstrategie in het bodemonderzoek
moet worden gevolgd volgens:
a. als het betrekking heeft op de landbodem: NEN 5740; en
b. als het betrekking heeft op de waterbodem: NEN 5720.
4. Het vooronderzoek wordt verricht volgens:
a. als het betrekking heeft op de landbodem: NEN 5725; en
b. als het betrekking heeft op de waterbodem: NEN 5717.
2. In het vooronderzoek wordt nagegaan welke bodemonderzoeken, activiteiten en ontwikkelingen op de toepassingslocatie hebben plaatsgevonden en wordt op grond van de aldus verkregen informatie afgeleid en gerapporteerd in hoeverre rekening moet worden gehouden met de waarschijnlijke aanwezigheid in de bodem op de toepassingslocatie van:
a. stoffen als vermeld in bijlage B in een concentratie die waarschijnlijk de kwaliteitseis voor de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘niet verontreinigd’, overschrijdt;
b. stoffen als vermeld in bijlage B in een van nature verhoogde concentratie; en
c. verschillende kwaliteitsklassen.
3. In het vooronderzoek wordt tevens bepaald welke onderzoeksstrategie in het bodemonderzoek
moet worden gevolgd volgens:
a. als het betrekking heeft op de landbodem: NEN 5740; en
b. als het betrekking heeft op de waterbodem: NEN 5720.
4. Het vooronderzoek wordt verricht volgens:
a. als het betrekking heeft op de landbodem: NEN 5725; en
b. als het betrekking heeft op de waterbodem: NEN 5717.