BWBR0047808
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 5.53
Regeling bodemkwaliteit 2022
1. De producent van grond of baggerspecie aan wie een erkenning bodemkwaliteit voor de werkzaamheid ‘produceren van een bepaald producttype grond of baggerspecie’, aangewezen in categorie 10 van bijlage C, is verleend, verricht voor alle stoffen en andere parameters die in het kader van het toelatingsonderzoek zijn onderzocht, verificatiekeuringen.
2. Als verschillende producenten het toelatingsonderzoek op grond van artikel 5.41, vierde lid, gemeenschappelijk hebben uitgevoerd, mogen producenten de verificatiekeuringen eveneens gemeenschappelijk uitvoeren, waarbij de verificatiekeuringen door een producent naar keuze mogen worden uitgevoerd.
3. Een verificatiekeuring omvat:
a. het verrichten van een partijkeuring van een representatieve partij van de geproduceerde grond of baggerspecie, voor zover het de stoffen en andere parameters betreft waarvoor volgens de aan te houden keuringsfrequentie een verificatiekeuring moet worden verricht;
b. het toetsen van de resultaten van het onderzoek aan de kwaliteitseisen die gelden voor indeling van de grond of baggerspecie in de kwaliteitsklassen voor het toepassen op of in de landbodem of het toepassen in een oppervlaktewaterlichaam die in de erkende kwaliteitsverklaring zijn vermeld;
c. het opnieuw bepalen van de hoogste concentraties, emissies, waarden en gehalten van de onderzochte andere verontreinigende stoffen dan in bijlage B vermeld en andere relevante parameters in de laatste vijf partijkeuringen; en
d. het opnieuw bepalen, met overeenkomstige toepassing van de artikelen 5.43 tot en met 5.45, van de keuringsfrequentie waarmee voor de te onderzoeken stoffen en andere parameters verificatiekeuringen moeten worden verricht.
4. De partijkeuringen in het kader van de verificatiekeuring worden verricht volgens paragraaf 5.1, met dien verstande dat, als niet elke partij hoeft te worden gekeurd, in afwijking van artikel 5.7, tweede en derde lid, slechts één mengmonster hoeft te worden samengesteld, dat uit ten minste 50 grepen bestaat.
5. Na elke verificatiekeuring wordt de keuringsfrequentie waarmee voor de onderzochte stoffen en andere parameters verificatiekeuringen moeten worden verricht, opnieuw berekend op grond van de achtereenvolgende resultaten van de onmiddellijk voorafgaande partijkeuringen die hebben plaatsgevonden in het kader van het toelatingsonderzoek of de verificatiekeuringen, waarbij wanneer gebruik wordt gemaakt van de k-waardetoets of de gammatoets telkens:
a. de gegevens van de oudste keuring vervallen; en
b. de gegevens van de nieuwste keuring worden toegevoegd.
6. De resultaten van elke partijkeuring worden vastgelegd in een rapport als bedoeld in artikel 5.13, eerste lid. Het rapport bevat tevens voor elke onderzochte stof of andere parameter:
a. de opnieuw vastgestelde keuringsfrequentie voor het verrichten van de verificatiekeuringen; en
b. voor zover het andere stoffen dan in bijlage B vermeld of andere relevante parameters betreft: de hoogste concentraties, emissies, gehalten en waarden daarvan in de laatste vijf partijkeuringen in het kader van het toelatingsonderzoek en de verificatiekeuringen.
2. Als verschillende producenten het toelatingsonderzoek op grond van artikel 5.41, vierde lid, gemeenschappelijk hebben uitgevoerd, mogen producenten de verificatiekeuringen eveneens gemeenschappelijk uitvoeren, waarbij de verificatiekeuringen door een producent naar keuze mogen worden uitgevoerd.
3. Een verificatiekeuring omvat:
a. het verrichten van een partijkeuring van een representatieve partij van de geproduceerde grond of baggerspecie, voor zover het de stoffen en andere parameters betreft waarvoor volgens de aan te houden keuringsfrequentie een verificatiekeuring moet worden verricht;
b. het toetsen van de resultaten van het onderzoek aan de kwaliteitseisen die gelden voor indeling van de grond of baggerspecie in de kwaliteitsklassen voor het toepassen op of in de landbodem of het toepassen in een oppervlaktewaterlichaam die in de erkende kwaliteitsverklaring zijn vermeld;
c. het opnieuw bepalen van de hoogste concentraties, emissies, waarden en gehalten van de onderzochte andere verontreinigende stoffen dan in bijlage B vermeld en andere relevante parameters in de laatste vijf partijkeuringen; en
d. het opnieuw bepalen, met overeenkomstige toepassing van de artikelen 5.43 tot en met 5.45, van de keuringsfrequentie waarmee voor de te onderzoeken stoffen en andere parameters verificatiekeuringen moeten worden verricht.
4. De partijkeuringen in het kader van de verificatiekeuring worden verricht volgens paragraaf 5.1, met dien verstande dat, als niet elke partij hoeft te worden gekeurd, in afwijking van artikel 5.7, tweede en derde lid, slechts één mengmonster hoeft te worden samengesteld, dat uit ten minste 50 grepen bestaat.
5. Na elke verificatiekeuring wordt de keuringsfrequentie waarmee voor de onderzochte stoffen en andere parameters verificatiekeuringen moeten worden verricht, opnieuw berekend op grond van de achtereenvolgende resultaten van de onmiddellijk voorafgaande partijkeuringen die hebben plaatsgevonden in het kader van het toelatingsonderzoek of de verificatiekeuringen, waarbij wanneer gebruik wordt gemaakt van de k-waardetoets of de gammatoets telkens:
a. de gegevens van de oudste keuring vervallen; en
b. de gegevens van de nieuwste keuring worden toegevoegd.
6. De resultaten van elke partijkeuring worden vastgelegd in een rapport als bedoeld in artikel 5.13, eerste lid. Het rapport bevat tevens voor elke onderzochte stof of andere parameter:
a. de opnieuw vastgestelde keuringsfrequentie voor het verrichten van de verificatiekeuringen; en
b. voor zover het andere stoffen dan in bijlage B vermeld of andere relevante parameters betreft: de hoogste concentraties, emissies, gehalten en waarden daarvan in de laatste vijf partijkeuringen in het kader van het toelatingsonderzoek en de verificatiekeuringen.