BWBR0047808
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 5.22
Regeling bodemkwaliteit 2022
1. De concentraties, gehalten en waarden van de volgens artikel 5.21, tweede lid, te onderzoeken verontreinigende stoffen en andere relevante parameters en de aard en hoeveelheid bodemvreemd materiaal in de volgens artikel 5.21, vierde lid, onderscheidenlijk zevende lid, voorbehandelde mengmonsters en monsters worden bepaald met toepassing van de technieken, beschreven in AP 04, of, als het baggerspecie betreft, naar keuze van de opdrachtgever voor het onderzoek, AS 3000 in plaats van AP 04, of, als hiervoor in AP 04, onderscheidenlijk AS 3000, geen methode wordt beschreven, de best beschikbare technieken.
2. Als bij een bodemonderzoek op de landbodem blijkt dat tussen de concentraties, gehalten of waarden van een verontreinigende stof, uitgezonderd asbest, of andere parameter die volgens het eerste lid, en, wanneer zich een in dat onderdeel omschreven situatie voordoet, onderdeel I van bijlage G, voor de onderscheiden mengmonsters en monsters zijn bepaald, een verschil van meer dan een factor 2,5 bestaat, wordt artikel 5.25niet toegepast dan nadat de werkwijze die tot die uitkomst heeft geleid, met inbegrip van de monsterneming en de samenstelling van mengmonsters, op mogelijke fouten is gecontroleerd en daarbij geen fouten zijn gesignaleerd. Deze controle op fouten wordt uitgevoerd met toepassing van de technieken, beschreven in AP 04 of, als hiervoor in AP 04 geen methode wordt beschreven, de best beschikbare technieken.
3. In afwijking van het tweede lid wordt een factor 2,1 in plaats van 2,5 gehanteerd wanneer de monstername volgens artikel 5.21, zesde lid, heeft bestaan uit het nemen van twaalf grepen.
2. Als bij een bodemonderzoek op de landbodem blijkt dat tussen de concentraties, gehalten of waarden van een verontreinigende stof, uitgezonderd asbest, of andere parameter die volgens het eerste lid, en, wanneer zich een in dat onderdeel omschreven situatie voordoet, onderdeel I van bijlage G, voor de onderscheiden mengmonsters en monsters zijn bepaald, een verschil van meer dan een factor 2,5 bestaat, wordt artikel 5.25niet toegepast dan nadat de werkwijze die tot die uitkomst heeft geleid, met inbegrip van de monsterneming en de samenstelling van mengmonsters, op mogelijke fouten is gecontroleerd en daarbij geen fouten zijn gesignaleerd. Deze controle op fouten wordt uitgevoerd met toepassing van de technieken, beschreven in AP 04 of, als hiervoor in AP 04 geen methode wordt beschreven, de best beschikbare technieken.
3. In afwijking van het tweede lid wordt een factor 2,1 in plaats van 2,5 gehanteerd wanneer de monstername volgens artikel 5.21, zesde lid, heeft bestaan uit het nemen van twaalf grepen.