BWBR0047808
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 5.34
Regeling bodemkwaliteit 2022
1. De resultaten van het vooronderzoek en, als een dergelijk onderzoek is verricht, het aanvullend onderzoek, worden vastgelegd in een rapport.
2. Het rapport bevat de volgende informatie:
a. de naam en het adres van de persoon of instelling die het vooronderzoek heeft verricht;
b. een beschrijving van de wijze waarop het vooronderzoek is verricht en de bronnen die daartoe zijn geraadpleegd;
c. een aanduiding van de toepasselijke bodemkwaliteitskaart en de zone en bodemlaag van de bodemkwaliteitskaart waarin de onderzochte bodemlocatie is gelegen;
d. een beschrijving van de bodemonderzoeken die zijn verricht en de activiteiten en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden voor zover die hebben geleid tot een verslechtering van de kwaliteit van de bodem op de onderzochte bodemlocatie ten opzichte van de kwaliteit die op de bodemkwaliteitskaart is weergegeven;
e. een conclusie of het vooronderzoek reden heeft gegeven om aan te nemen dat de bodemkwaliteitskaart mogelijk geen getrouw en actueel beeld van de kwaliteit van de bodem op de ontgravingslocatie geeft en een onderbouwing van de conclusie;
f. de naam en het adres van de persoon of instelling die het rapport heeft opgesteld en de datum van vaststelling van het rapport; en
g. een uniek nummer van het rapport.
3. In een geval als bedoeld in artikel 5.33, zesde lid, bevat het rapport tevens de volgende informatie als resultaat van het verrichte aanvullend onderzoek:
a. de concentraties van stoffen als vermeld in bijlage B, waarover de bodemkwaliteitskaart geen informatie geeft;
b. de concentraties van andere verontreinigende stoffen dan in bijlage B vermeld of andere relevante parameters waarover de bodemkwaliteitskaart geen informatie geeft; en
c. de aard en hoeveelheid van bodemvreemd materiaal waarover de bodemkwaliteitskaart geen informatie geeft.
2. Het rapport bevat de volgende informatie:
a. de naam en het adres van de persoon of instelling die het vooronderzoek heeft verricht;
b. een beschrijving van de wijze waarop het vooronderzoek is verricht en de bronnen die daartoe zijn geraadpleegd;
c. een aanduiding van de toepasselijke bodemkwaliteitskaart en de zone en bodemlaag van de bodemkwaliteitskaart waarin de onderzochte bodemlocatie is gelegen;
d. een beschrijving van de bodemonderzoeken die zijn verricht en de activiteiten en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden voor zover die hebben geleid tot een verslechtering van de kwaliteit van de bodem op de onderzochte bodemlocatie ten opzichte van de kwaliteit die op de bodemkwaliteitskaart is weergegeven;
e. een conclusie of het vooronderzoek reden heeft gegeven om aan te nemen dat de bodemkwaliteitskaart mogelijk geen getrouw en actueel beeld van de kwaliteit van de bodem op de ontgravingslocatie geeft en een onderbouwing van de conclusie;
f. de naam en het adres van de persoon of instelling die het rapport heeft opgesteld en de datum van vaststelling van het rapport; en
g. een uniek nummer van het rapport.
3. In een geval als bedoeld in artikel 5.33, zesde lid, bevat het rapport tevens de volgende informatie als resultaat van het verrichte aanvullend onderzoek:
a. de concentraties van stoffen als vermeld in bijlage B, waarover de bodemkwaliteitskaart geen informatie geeft;
b. de concentraties van andere verontreinigende stoffen dan in bijlage B vermeld of andere relevante parameters waarover de bodemkwaliteitskaart geen informatie geeft; en
c. de aard en hoeveelheid van bodemvreemd materiaal waarover de bodemkwaliteitskaart geen informatie geeft.