BWBR0047808
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 5.46
Regeling bodemkwaliteit 2022
1. De wijze waarop het toelatingsonderzoek is verricht, en de resultaten die aldus zijn verkregen, worden vastgelegd in een rapport.
2. Het rapport bevat de volgende informatie:
a. de naam en het adres van de persoon of instelling die het toelatingsonderzoek heeft verricht;
b. de naam en een nauwkeurige omschrijving van het producttype grond of baggerspecie dat is onderzocht;
c. de naam en het adres van de producent van het producttype grond of baggerspecie of, wanneer er sprake is van een gemeenschappelijk toelatingsonderzoek als bedoeld in artikel 5.41, vierde lid, de namen en adressen van de deelnemende producenten van grond of baggerspecie;
d. de unieke nummers van de rapporten van de partijkeuringen die zijn verricht;
e. een conclusie in hoeverre de partijkeuringen die zijn verricht, betrekking hebben op partijen die voldoen aan de vereisten die aan partijen worden gesteld op grond van het systeem van kwaliteitsbewaking dat de producent hanteert;
f. een conclusie in hoeverre de partijkeuringen die zijn verricht, betrekking hebben op partijen grond of baggerspecie die tot hetzelfde producttype behoren en dezelfde kwaliteit, samenstelling en herkomst hebben, wanneer er sprake is van een gemeenschappelijk onderzoek als bedoeld in artikel 5.41, vierde lid;
g. een conclusie in hoeverre de onderzochte partijen grond of baggerspecie voldoen aan de kwaliteitseisen voor de kwaliteitsklassen die in de erkende kwaliteitsverklaring worden vermeld, zowel voor het toepassen op of in de landbodem als voor het toepassen in een oppervlaktewaterlichaam volgens paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
h. een conclusie in hoeverre de onderzochte partijen grond of baggerspecie andere verontreinigende stoffen dan in bijlage B vermeld of andere relevante parameters bevatten, en de hoogste concentraties, emissies, gehalten of waarden die daarvan in de partijkeuringen in het kader van de productcontrole zijn vastgesteld;
i. een vermelding van het voorkomen van bodemvreemd materiaal en de aard en hoeveelheid daarvan;
j. wanneer daarnaar onderzoek heeft plaatsgevonden, een conclusie in hoeverre de onderzochte partijen grond of baggerspecie voldoen aan de kwaliteitseisen voor de specifieke kwaliteit die in de erkende kwaliteitsverklaring wordt vermelden;
k. een conclusie of het systeem van kwaliteitsbewaking dat de producent hanteert, volledig en doeltreffend is en op juiste wijze wordt toegepast;
l. voor elke stof die in bijlage B is vermeld en die bij de productcontrole is onderzocht, de berekende keuringsfrequentie voor het verrichten van de verificatiekeuringen;
m. voor zover sprake is van de aanwezigheid van asbest, andere verontreinigende stoffen dan in bijlage B vermeld of andere relevante parameters, de voor het verrichten van de verificatiekeuringen aan te houden keuringsfrequentie;
n. een conclusie in hoeverre bij het produceren van de grond of baggerspecie een naar behoren functionerend systeem van kwaliteitsbewaking wordt gehanteerd en de voorwaarden aanwezig zijn om het goede functioneren daarvan in de praktijk te verzekeren;
o. de naam en het adres van de persoon of instelling die het rapport heeft opgesteld en de datum van vaststelling van het rapport; en
p. een uniek nummer van het rapport.
3. Bij het rapport worden de rapporten van alle partijkeuringen die in het kader van het toelatingsonderzoek zijn verricht, bijgevoegd.
2. Het rapport bevat de volgende informatie:
a. de naam en het adres van de persoon of instelling die het toelatingsonderzoek heeft verricht;
b. de naam en een nauwkeurige omschrijving van het producttype grond of baggerspecie dat is onderzocht;
c. de naam en het adres van de producent van het producttype grond of baggerspecie of, wanneer er sprake is van een gemeenschappelijk toelatingsonderzoek als bedoeld in artikel 5.41, vierde lid, de namen en adressen van de deelnemende producenten van grond of baggerspecie;
d. de unieke nummers van de rapporten van de partijkeuringen die zijn verricht;
e. een conclusie in hoeverre de partijkeuringen die zijn verricht, betrekking hebben op partijen die voldoen aan de vereisten die aan partijen worden gesteld op grond van het systeem van kwaliteitsbewaking dat de producent hanteert;
f. een conclusie in hoeverre de partijkeuringen die zijn verricht, betrekking hebben op partijen grond of baggerspecie die tot hetzelfde producttype behoren en dezelfde kwaliteit, samenstelling en herkomst hebben, wanneer er sprake is van een gemeenschappelijk onderzoek als bedoeld in artikel 5.41, vierde lid;
g. een conclusie in hoeverre de onderzochte partijen grond of baggerspecie voldoen aan de kwaliteitseisen voor de kwaliteitsklassen die in de erkende kwaliteitsverklaring worden vermeld, zowel voor het toepassen op of in de landbodem als voor het toepassen in een oppervlaktewaterlichaam volgens paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
h. een conclusie in hoeverre de onderzochte partijen grond of baggerspecie andere verontreinigende stoffen dan in bijlage B vermeld of andere relevante parameters bevatten, en de hoogste concentraties, emissies, gehalten of waarden die daarvan in de partijkeuringen in het kader van de productcontrole zijn vastgesteld;
i. een vermelding van het voorkomen van bodemvreemd materiaal en de aard en hoeveelheid daarvan;
j. wanneer daarnaar onderzoek heeft plaatsgevonden, een conclusie in hoeverre de onderzochte partijen grond of baggerspecie voldoen aan de kwaliteitseisen voor de specifieke kwaliteit die in de erkende kwaliteitsverklaring wordt vermelden;
k. een conclusie of het systeem van kwaliteitsbewaking dat de producent hanteert, volledig en doeltreffend is en op juiste wijze wordt toegepast;
l. voor elke stof die in bijlage B is vermeld en die bij de productcontrole is onderzocht, de berekende keuringsfrequentie voor het verrichten van de verificatiekeuringen;
m. voor zover sprake is van de aanwezigheid van asbest, andere verontreinigende stoffen dan in bijlage B vermeld of andere relevante parameters, de voor het verrichten van de verificatiekeuringen aan te houden keuringsfrequentie;
n. een conclusie in hoeverre bij het produceren van de grond of baggerspecie een naar behoren functionerend systeem van kwaliteitsbewaking wordt gehanteerd en de voorwaarden aanwezig zijn om het goede functioneren daarvan in de praktijk te verzekeren;
o. de naam en het adres van de persoon of instelling die het rapport heeft opgesteld en de datum van vaststelling van het rapport; en
p. een uniek nummer van het rapport.
3. Bij het rapport worden de rapporten van alle partijkeuringen die in het kader van het toelatingsonderzoek zijn verricht, bijgevoegd.