BWBR0047808
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 5.25
Regeling bodemkwaliteit 2022
1. Een partij grond of baggerspecie die uit de onderzochte bodemlocatie wordt ontgraven, wordt ten behoeve van de vermelding van de kwaliteitsklasse volgens artikel 25d van het besluitin de volgende kwaliteitsklassen ingedeeld:
a. voor het toepassen op of in de landbodem volgens paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving: de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, ‘wonen’, ‘industrie’, ‘matig verontreinigd’ of ‘sterk verontreinigd’, zoals onderscheiden in tabel 1 van bijlage B; en
b. voor het toepassen in een oppervlaktewaterlichaam volgens paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving: de kwaliteitsklasse ‘algemeen toepasbaar’, ‘licht verontreinigd’, ‘matig verontreinigd’ of ‘sterk verontreinigd’, zoals onderscheiden in tabel 2 van bijlage B.
2. De indeling van de partij in een kwaliteitsklasse als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, vindt plaats op grond van de concentratie van elk van de onderzochte stoffen die het rekenkundig gemiddelde is van de volgens artikel 5.23omgerekende concentraties van de stof die in alle onderzochte mengmonsters zijn bepaald.
3. Voor asbest wordt de hoogst gemeten concentratie in plaats van het rekenkundig gemiddelde gehanteerd wanneer de concentraties in de mengmonsters niet binnen de ondergrens en bovengrens van elkaars betrouwbaarheidsintervallen vallen.
4. De partij grond of baggerspecie wordt ingedeeld in de slechtste kwaliteitsklasse waarin een van de onderzochte stoffen is ingedeeld. Een stof wordt ingedeeld in de kwaliteitsklasse die wordt begrensd door de concentratiewaarden waartussen de concentratie van de stof is gelegen, die zijn opgenomen in tabel 1, onderscheidenlijk tabel 2, van bijlage B.
5. De indeling in een kwaliteitsklasse vindt plaats volgens onderdeel I van bijlage G, wanneer zich een in dat onderdeel omschreven situatie voordoet.
6. In afwijking van het eerste lid, onder b, wordt een partij tarragrond niet ingedeeld in een kwaliteitsklasse voor het toepassen in een oppervlaktewaterlichaam.
7. In afwijking van het vijfde lid wordt een partij grond of baggerspecie in de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘algemeen toepasbaar’, ingedeeld als:
a. wanneer ten minste twee stoffen en ten hoogste zes stoffen zijn onderzocht: de concentratie van ten hoogste een stof de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘algemeen toepasbaar’, overschrijdt;
b. wanneer ten minste zeven stoffen en ten hoogste vijftien stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste twee stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘algemeen toepasbaar’, overschrijden;
c. wanneer ten minste zestien stoffen en ten hoogste 26 stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste drie stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘algemeen toepasbaar’, overschrijden;
d. wanneer ten minste 27 stoffen en ten hoogste 36 stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste vier stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘algemeen toepasbaar’, overschrijden; en
e. wanneer ten minste 37 stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste vijf stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘algemeen toepasbaar’, overschrijden.
8. Bij de toepassing van het zevende lid worden als onderzochte stoffen alleen meegeteld de onderzochte stoffen waarvoor in kolom 2 van de toepasselijke tabel 1 of 2 van bijlage Been kwaliteitseis is opgenomen.
9. In geval van een overschrijding als bedoeld in het zevende lid van de kwaliteitseisen voor de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’ of de kwaliteitsklasse ‘algemeen toepasbaar’ bedraagt de concentratie van de desbetreffende stof niet meer dan twee maal de concentratiewaarde die voor de stof in tabel 1, onderscheidenlijk tabel 2, van bijlage Bis opgenomen als bovengrens voor de klasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk de kwaliteitsklasse ‘algemeen toepasbaar’, met dien verstande dat voor alle stoffen, met uitzondering van nikkel (Ni), tevens geldt dat de concentratie van een stof niet hoger is dan de concentratiewaarde die in tabel 1 van bijlage B is opgenomen als bovengrens voor de kwaliteitsklasse ‘wonen’.
10. In een geval als bedoeld in artikel 5.19, vijfde lid, aanhef en onder a, wordt een partij baggerspecie ten behoeve van de vermelding van de kwaliteitsklasse volgens artikel 25d van het besluitingedeeld in de kwaliteitsklasse ‘algemeen toepasbaar’, als de conclusie in het rapport bedoeld in artikel 5.20, derde lid, luidt dat er geen indicaties bestaan dat de zeebodem waaruit de partij baggerspecie afkomstig is, verontreinigd is.
a. voor het toepassen op of in de landbodem volgens paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving: de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, ‘wonen’, ‘industrie’, ‘matig verontreinigd’ of ‘sterk verontreinigd’, zoals onderscheiden in tabel 1 van bijlage B; en
b. voor het toepassen in een oppervlaktewaterlichaam volgens paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving: de kwaliteitsklasse ‘algemeen toepasbaar’, ‘licht verontreinigd’, ‘matig verontreinigd’ of ‘sterk verontreinigd’, zoals onderscheiden in tabel 2 van bijlage B.
2. De indeling van de partij in een kwaliteitsklasse als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, vindt plaats op grond van de concentratie van elk van de onderzochte stoffen die het rekenkundig gemiddelde is van de volgens artikel 5.23omgerekende concentraties van de stof die in alle onderzochte mengmonsters zijn bepaald.
3. Voor asbest wordt de hoogst gemeten concentratie in plaats van het rekenkundig gemiddelde gehanteerd wanneer de concentraties in de mengmonsters niet binnen de ondergrens en bovengrens van elkaars betrouwbaarheidsintervallen vallen.
4. De partij grond of baggerspecie wordt ingedeeld in de slechtste kwaliteitsklasse waarin een van de onderzochte stoffen is ingedeeld. Een stof wordt ingedeeld in de kwaliteitsklasse die wordt begrensd door de concentratiewaarden waartussen de concentratie van de stof is gelegen, die zijn opgenomen in tabel 1, onderscheidenlijk tabel 2, van bijlage B.
5. De indeling in een kwaliteitsklasse vindt plaats volgens onderdeel I van bijlage G, wanneer zich een in dat onderdeel omschreven situatie voordoet.
6. In afwijking van het eerste lid, onder b, wordt een partij tarragrond niet ingedeeld in een kwaliteitsklasse voor het toepassen in een oppervlaktewaterlichaam.
7. In afwijking van het vijfde lid wordt een partij grond of baggerspecie in de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘algemeen toepasbaar’, ingedeeld als:
a. wanneer ten minste twee stoffen en ten hoogste zes stoffen zijn onderzocht: de concentratie van ten hoogste een stof de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘algemeen toepasbaar’, overschrijdt;
b. wanneer ten minste zeven stoffen en ten hoogste vijftien stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste twee stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘algemeen toepasbaar’, overschrijden;
c. wanneer ten minste zestien stoffen en ten hoogste 26 stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste drie stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘algemeen toepasbaar’, overschrijden;
d. wanneer ten minste 27 stoffen en ten hoogste 36 stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste vier stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘algemeen toepasbaar’, overschrijden; en
e. wanneer ten minste 37 stoffen zijn onderzocht: de concentraties van ten hoogste vijf stoffen de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘algemeen toepasbaar’, overschrijden.
8. Bij de toepassing van het zevende lid worden als onderzochte stoffen alleen meegeteld de onderzochte stoffen waarvoor in kolom 2 van de toepasselijke tabel 1 of 2 van bijlage Been kwaliteitseis is opgenomen.
9. In geval van een overschrijding als bedoeld in het zevende lid van de kwaliteitseisen voor de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’ of de kwaliteitsklasse ‘algemeen toepasbaar’ bedraagt de concentratie van de desbetreffende stof niet meer dan twee maal de concentratiewaarde die voor de stof in tabel 1, onderscheidenlijk tabel 2, van bijlage Bis opgenomen als bovengrens voor de klasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk de kwaliteitsklasse ‘algemeen toepasbaar’, met dien verstande dat voor alle stoffen, met uitzondering van nikkel (Ni), tevens geldt dat de concentratie van een stof niet hoger is dan de concentratiewaarde die in tabel 1 van bijlage B is opgenomen als bovengrens voor de kwaliteitsklasse ‘wonen’.
10. In een geval als bedoeld in artikel 5.19, vijfde lid, aanhef en onder a, wordt een partij baggerspecie ten behoeve van de vermelding van de kwaliteitsklasse volgens artikel 25d van het besluitingedeeld in de kwaliteitsklasse ‘algemeen toepasbaar’, als de conclusie in het rapport bedoeld in artikel 5.20, derde lid, luidt dat er geen indicaties bestaan dat de zeebodem waaruit de partij baggerspecie afkomstig is, verontreinigd is.