BWBR0047808
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 5.29
Regeling bodemkwaliteit 2022
1. Een verklaring op grond van een bodemonderzoek die wordt afgegeven voor een partij grond of baggerspecie die uit de onderzochte bodemlocatie is ontgraven, bevat de volgende informatie:
a. een in het oog springende vermelding dat de verklaring op een partij grond, onderscheidenlijk baggerspecie, betrekking heeft;
b. de naam en het adres van de persoon die het bodemonderzoek heeft verricht;
c. de naam en het adres van de persoon die de verklaring heeft afgegeven;
d. een nauwkeurige aanduiding of omschrijving van de onderzochte bodemlocatie, waaronder het adres en de coördinaten en een beschrijving van de belangrijkste kenmerken;
e. het unieke nummer van het rapport, bedoeld in artikel 5.20, eerste lid;
f. het unieke nummer van het rapport, bedoeld in artikel 5.27, eerste lid;
g. de volgende informatie uit het rapport, bedoeld in artikel 5.27, eerste lid: 1° een nauwkeurige omschrijving van het type grond of baggerspecie;
2° de grootte van de partij in tonnen;
3° een vermelding van de kwaliteitsklassen waarin de partij is ingedeeld, zowel voor het toepassen op of in de landbodem als voor het toepassen in een oppervlaktewaterlichaam volgens paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
4° een vermelding van de specifieke kwaliteit van de partij, wanneer daarnaar onderzoek heeft plaatsgevonden en de partij aan de daarvoor geldende kwaliteitseisen voldoet;
5° een vermelding van de eventuele aanwezigheid van onderzochte andere verontreinigende stoffen dan in bijlage B vermeld of andere relevante parameters en de concentraties, emissies, gehalten en waarden daarvan; en
6° een vermelding van de aard en hoeveelheid bodemvreemd materiaal;
1° een nauwkeurige omschrijving van het type grond of baggerspecie;
2° de grootte van de partij in tonnen;
3° een vermelding van de kwaliteitsklassen waarin de partij is ingedeeld, zowel voor het toepassen op of in de landbodem als voor het toepassen in een oppervlaktewaterlichaam volgens paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
4° een vermelding van de specifieke kwaliteit van de partij, wanneer daarnaar onderzoek heeft plaatsgevonden en de partij aan de daarvoor geldende kwaliteitseisen voldoet;
5° een vermelding van de eventuele aanwezigheid van onderzochte andere verontreinigende stoffen dan in bijlage B vermeld of andere relevante parameters en de concentraties, emissies, gehalten en waarden daarvan; en
6° een vermelding van de aard en hoeveelheid bodemvreemd materiaal;
h. eventuele voorwaarden en beperkingen die volgens informatie van de producent of leverancier van de grond of baggerspecie bij de toepassing onder de daarbij aangegeven omstandigheden ter bescherming van het milieu in acht moeten worden genomen;
i. een uniek nummer van de verklaring; en
j. een originele ondertekening door de natuurlijke persoon die daartoe is geautoriseerd door de persoon die de verklaring heeft afgegeven, dan wel de natuurlijke persoon die de verklaring onder eigen naam en verantwoordelijkheid heeft afgegeven, en de vermelding van de naam van de ondertekenaar en de datum van ondertekening.
2. Als een verklaring op grond van een bodemonderzoek betrekking heeft op een partij zand die afkomstig is uit de zee en het gehalte chloride in de partij meer dan 200 mg/kg droge stof bedraagt, wordt in de verklaring op in het oog springende wijze vermeld dat de partij uitsluitend geschikt is voor toepassing op plaatsen waar direct contact mogelijk is met zeewater of brak water waarvan het gehalte chloride van nature meer dan 5.000 mg/l bedraagt.
3. Als een verklaring op grond van een bodemonderzoek betrekking heeft op een partij baggerspecie met een gehalte minerale olie van meer dan 500 mg/kg droge stof en ten hoogste 2.000 mg/kg droge stof, wordt in de verklaring op in het oog springende wijze vermeld dat de partij bij toepassing op of in de landbodem uitsluitend geschikt is voor grootschalig toepassen.
4. Als een verklaring op grond van een bodemonderzoek betrekking heeft op een partij baggerspecie met een gehalte Tributyltin meer dan 0,115 mg Sn/kg droge stof en niet meer dan 0,250 mg Sn/kg droge stof wordt in de verklaring op in het oog springende wijze vermeld dat de partij bij het verspreiden in een zout oppervlaktewaterlichaam uitsluitend geschikt is voor verspreiden in de Waddenzee en Zeeuwse Delta.
5. In afwijking van het eerste lid bevat een verklaring op grond van een bodemonderzoek die voor een partij baggerspecie die uit de onderzochte bodemlocatie is ontgraven wordt afgegeven volgens artikel 5.28, derde lid, de volgende informatie:
a. een in het oog springende vermelding dat de partij baggerspecie uitsluitend geschikt is voor toepassing in het kader van suppleties van baggerspecie langs de kustlijn als bedoeld in artikel 4.1269, tweede lid, onder g, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
b. een nauwkeurige omschrijving van het type baggerspecie;
c. de grootte van de partij in tonnen;
d. een vermelding van de kwaliteitsklasse ‘algemeen toepasbaar’; en
e. de informatie, bedoeld in het eerste lid, onder a, c, d, e, i en j.
6. In afwijking van het eerste lid bevat een verklaring op grond van een bodemonderzoek die voor een partij baggerspecie die uit de onderzochte bodemlocatie is ontgraven, wordt afgegeven volgens artikel 5.28, vierde lid, de volgende informatie:
a. een in het oog springende vermelding dat de partij baggerspecie uitsluitend geschikt is voor verspreiding op gronden die liggen aan of in een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 4.1269, derde lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
b. een nauwkeurige omschrijving van het type baggerspecie;
c. de grootte van de partij in tonnen;
d. een vermelding van de kwaliteit ‘voor verspreiden op de landbodem geschikte baggerspecie’; en
e. de informatie, bedoeld in het eerste lid, onder a, c, d, e, i en j.
7. Als een rapport betrekking heeft op een partij tarragrond wordt in afwijking van het eerste lid, onder g, 3°, niet de kwaliteitsklasse voor het toepassen in een oppervlaktewaterlichaam vermeld.
a. een in het oog springende vermelding dat de verklaring op een partij grond, onderscheidenlijk baggerspecie, betrekking heeft;
b. de naam en het adres van de persoon die het bodemonderzoek heeft verricht;
c. de naam en het adres van de persoon die de verklaring heeft afgegeven;
d. een nauwkeurige aanduiding of omschrijving van de onderzochte bodemlocatie, waaronder het adres en de coördinaten en een beschrijving van de belangrijkste kenmerken;
e. het unieke nummer van het rapport, bedoeld in artikel 5.20, eerste lid;
f. het unieke nummer van het rapport, bedoeld in artikel 5.27, eerste lid;
g. de volgende informatie uit het rapport, bedoeld in artikel 5.27, eerste lid: 1° een nauwkeurige omschrijving van het type grond of baggerspecie;
2° de grootte van de partij in tonnen;
3° een vermelding van de kwaliteitsklassen waarin de partij is ingedeeld, zowel voor het toepassen op of in de landbodem als voor het toepassen in een oppervlaktewaterlichaam volgens paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
4° een vermelding van de specifieke kwaliteit van de partij, wanneer daarnaar onderzoek heeft plaatsgevonden en de partij aan de daarvoor geldende kwaliteitseisen voldoet;
5° een vermelding van de eventuele aanwezigheid van onderzochte andere verontreinigende stoffen dan in bijlage B vermeld of andere relevante parameters en de concentraties, emissies, gehalten en waarden daarvan; en
6° een vermelding van de aard en hoeveelheid bodemvreemd materiaal;
1° een nauwkeurige omschrijving van het type grond of baggerspecie;
2° de grootte van de partij in tonnen;
3° een vermelding van de kwaliteitsklassen waarin de partij is ingedeeld, zowel voor het toepassen op of in de landbodem als voor het toepassen in een oppervlaktewaterlichaam volgens paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
4° een vermelding van de specifieke kwaliteit van de partij, wanneer daarnaar onderzoek heeft plaatsgevonden en de partij aan de daarvoor geldende kwaliteitseisen voldoet;
5° een vermelding van de eventuele aanwezigheid van onderzochte andere verontreinigende stoffen dan in bijlage B vermeld of andere relevante parameters en de concentraties, emissies, gehalten en waarden daarvan; en
6° een vermelding van de aard en hoeveelheid bodemvreemd materiaal;
h. eventuele voorwaarden en beperkingen die volgens informatie van de producent of leverancier van de grond of baggerspecie bij de toepassing onder de daarbij aangegeven omstandigheden ter bescherming van het milieu in acht moeten worden genomen;
i. een uniek nummer van de verklaring; en
j. een originele ondertekening door de natuurlijke persoon die daartoe is geautoriseerd door de persoon die de verklaring heeft afgegeven, dan wel de natuurlijke persoon die de verklaring onder eigen naam en verantwoordelijkheid heeft afgegeven, en de vermelding van de naam van de ondertekenaar en de datum van ondertekening.
2. Als een verklaring op grond van een bodemonderzoek betrekking heeft op een partij zand die afkomstig is uit de zee en het gehalte chloride in de partij meer dan 200 mg/kg droge stof bedraagt, wordt in de verklaring op in het oog springende wijze vermeld dat de partij uitsluitend geschikt is voor toepassing op plaatsen waar direct contact mogelijk is met zeewater of brak water waarvan het gehalte chloride van nature meer dan 5.000 mg/l bedraagt.
3. Als een verklaring op grond van een bodemonderzoek betrekking heeft op een partij baggerspecie met een gehalte minerale olie van meer dan 500 mg/kg droge stof en ten hoogste 2.000 mg/kg droge stof, wordt in de verklaring op in het oog springende wijze vermeld dat de partij bij toepassing op of in de landbodem uitsluitend geschikt is voor grootschalig toepassen.
4. Als een verklaring op grond van een bodemonderzoek betrekking heeft op een partij baggerspecie met een gehalte Tributyltin meer dan 0,115 mg Sn/kg droge stof en niet meer dan 0,250 mg Sn/kg droge stof wordt in de verklaring op in het oog springende wijze vermeld dat de partij bij het verspreiden in een zout oppervlaktewaterlichaam uitsluitend geschikt is voor verspreiden in de Waddenzee en Zeeuwse Delta.
5. In afwijking van het eerste lid bevat een verklaring op grond van een bodemonderzoek die voor een partij baggerspecie die uit de onderzochte bodemlocatie is ontgraven wordt afgegeven volgens artikel 5.28, derde lid, de volgende informatie:
a. een in het oog springende vermelding dat de partij baggerspecie uitsluitend geschikt is voor toepassing in het kader van suppleties van baggerspecie langs de kustlijn als bedoeld in artikel 4.1269, tweede lid, onder g, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
b. een nauwkeurige omschrijving van het type baggerspecie;
c. de grootte van de partij in tonnen;
d. een vermelding van de kwaliteitsklasse ‘algemeen toepasbaar’; en
e. de informatie, bedoeld in het eerste lid, onder a, c, d, e, i en j.
6. In afwijking van het eerste lid bevat een verklaring op grond van een bodemonderzoek die voor een partij baggerspecie die uit de onderzochte bodemlocatie is ontgraven, wordt afgegeven volgens artikel 5.28, vierde lid, de volgende informatie:
a. een in het oog springende vermelding dat de partij baggerspecie uitsluitend geschikt is voor verspreiding op gronden die liggen aan of in een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 4.1269, derde lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
b. een nauwkeurige omschrijving van het type baggerspecie;
c. de grootte van de partij in tonnen;
d. een vermelding van de kwaliteit ‘voor verspreiden op de landbodem geschikte baggerspecie’; en
e. de informatie, bedoeld in het eerste lid, onder a, c, d, e, i en j.
7. Als een rapport betrekking heeft op een partij tarragrond wordt in afwijking van het eerste lid, onder g, 3°, niet de kwaliteitsklasse voor het toepassen in een oppervlaktewaterlichaam vermeld.