BWBR0047808
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 7.4
Regeling bodemkwaliteit 2022
1. De resultaten van het vooronderzoek worden vastgelegd in een rapport.
2. Het rapport bevat de volgende informatie:
a. de naam en het adres van de persoon of instelling die het vooronderzoek heeft verricht;
b. een beschrijving van de wijze waarop het vooronderzoek is verricht, en de bronnen die daartoe zijn geraadpleegd;
c. een beschrijving van de bodemonderzoeken die zijn verricht en de activiteiten en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden, die van invloed kunnen zijn op de kwaliteit van de bodem op de toepassingslocatie;
d. een vermelding van de waarschijnlijke aanwezigheid in de bodem van stoffen als vermeld in bijlage B die deel uitmaken van het standaardonderzoekspakket;
e. een vermelding van de waarschijnlijke aanwezigheid in de bodem van stoffen als vermeld in bijlage B die geen deel uitmaken van het standaardonderzoekspakket, waarvan de concentratie de kwaliteitseis voor de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘niet verontreinigd’, waarschijnlijk overschrijdt;
f. een vermelding van de waarschijnlijke aanwezigheid van stoffen als vermeld in bijlage B die in een van nature verhoogde concentratie in de bodem aanwezig kunnen zijn;
g. een aanduiding in hoeverre op de toepassingslocatie verschillende kwaliteitsklassen voorkomen;
h. een conclusie welke onderzoeksstrategie in het bodemonderzoek in het kader van NEN 5740, als et de landbodem betreft, of NEN 5720, als het de waterbodem betreft, moet worden gevolgd;
i. de naam en het adres van de persoon of instelling die het rapport heeft opgesteld en de datum van vaststelling van het rapport; en
j. een uniek nummer van het rapport.
2. Het rapport bevat de volgende informatie:
a. de naam en het adres van de persoon of instelling die het vooronderzoek heeft verricht;
b. een beschrijving van de wijze waarop het vooronderzoek is verricht, en de bronnen die daartoe zijn geraadpleegd;
c. een beschrijving van de bodemonderzoeken die zijn verricht en de activiteiten en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden, die van invloed kunnen zijn op de kwaliteit van de bodem op de toepassingslocatie;
d. een vermelding van de waarschijnlijke aanwezigheid in de bodem van stoffen als vermeld in bijlage B die deel uitmaken van het standaardonderzoekspakket;
e. een vermelding van de waarschijnlijke aanwezigheid in de bodem van stoffen als vermeld in bijlage B die geen deel uitmaken van het standaardonderzoekspakket, waarvan de concentratie de kwaliteitseis voor de bovengrens van de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, onderscheidenlijk ‘niet verontreinigd’, waarschijnlijk overschrijdt;
f. een vermelding van de waarschijnlijke aanwezigheid van stoffen als vermeld in bijlage B die in een van nature verhoogde concentratie in de bodem aanwezig kunnen zijn;
g. een aanduiding in hoeverre op de toepassingslocatie verschillende kwaliteitsklassen voorkomen;
h. een conclusie welke onderzoeksstrategie in het bodemonderzoek in het kader van NEN 5740, als et de landbodem betreft, of NEN 5720, als het de waterbodem betreft, moet worden gevolgd;
i. de naam en het adres van de persoon of instelling die het rapport heeft opgesteld en de datum van vaststelling van het rapport; en
j. een uniek nummer van het rapport.