BWBR0047808
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 3.9
Regeling bodemkwaliteit 2022
1. De duurzame vormvastheid van een bouwstof wordt bepaald door het uitvoeren van een diffusieproef volgens NEN 7375.
2. Er is sprake van duurzame vormvastheid als een bouwstof gedurende 64 dagen minder massaverlies vertoont dan:
a. als sprake is van lichtgebonden steenmengsels voor wegfunderingen: 1500 g/m2, bepaald door de in het eerste lid bedoelde diffusieproef uit te voeren direct na een verhardingstijd van 28 dagen;
b. als sprake is van lichtgebonden steenmengsels: 500 g/m2, bepaald door de in het eerste lid bedoelde diffusieproef uit te voeren direct na een verhardingstijd van 91 dagen bij een temperatuur van 20°C en een relatieve vochtigheid van ten minste 90%;
c. als sprake is van cementgebonden minerale reststoffen die worden toegepast als gebonden fundering in de grond-, weg- en waterbouw volgens BRL 9322: 200 g/m2; en
d. als sprake is van andere materialen: 30 g/m2.
3. De bouwstoffen, bedoeld in paragraaf 3 van bijlage F, worden niet als duurzaam vormvast aangemerkt als de bouwstoffen bestemd zijn om toe te passen op de wijze die is beschreven in paragraaf 3 van bijlage F.
2. Er is sprake van duurzame vormvastheid als een bouwstof gedurende 64 dagen minder massaverlies vertoont dan:
a. als sprake is van lichtgebonden steenmengsels voor wegfunderingen: 1500 g/m2, bepaald door de in het eerste lid bedoelde diffusieproef uit te voeren direct na een verhardingstijd van 28 dagen;
b. als sprake is van lichtgebonden steenmengsels: 500 g/m2, bepaald door de in het eerste lid bedoelde diffusieproef uit te voeren direct na een verhardingstijd van 91 dagen bij een temperatuur van 20°C en een relatieve vochtigheid van ten minste 90%;
c. als sprake is van cementgebonden minerale reststoffen die worden toegepast als gebonden fundering in de grond-, weg- en waterbouw volgens BRL 9322: 200 g/m2; en
d. als sprake is van andere materialen: 30 g/m2.
3. De bouwstoffen, bedoeld in paragraaf 3 van bijlage F, worden niet als duurzaam vormvast aangemerkt als de bouwstoffen bestemd zijn om toe te passen op de wijze die is beschreven in paragraaf 3 van bijlage F.