BWBR0047808
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 5.10
Regeling bodemkwaliteit 2022
1. Als de wens bestaat om in de verklaring op grond van een partijkeuring te vermelden dat een partij grond of baggerspecie de kwaliteit ‘emissiearme grond’ dan wel ‘emissiearme baggerspecie’ bezit, worden de emissies bepaald van de stoffen die in tabel 3a van bijlage Bzijn vermeld.
2. De emissies worden bepaald door voor ten minste één van de volgens artikel 5.7, vierde lid, verkregen mengmonsters een kolomproef te verrichten volgens, naar keuze van de opdrachtgever voor het onderzoek, NEN 7373 of NEN 7383.
3. Als bij de kolomproef door slechte doorlatendheid van de grond of baggerspecie onvoldoende vloeistof door de kolom stroomt, worden de emissies van de te onderzoeken stoffen uit de grond of baggerspecie berekend met toepassing van de formule in bijlage K.
4. In afwijking van het eerste lid hoeft de emissie van een stof niet te worden bepaald wanneer de volgens artikel 5.9omgerekende rekenkundig gemiddelde concentratie van de stof in de mengmonsters lager is dan de emissietoetswaarde die voor die stof in tabel 3a van bijlage Bis opgenomen.
5. De emissies van de te onderzoeken stoffen die volgens dit artikel zijn bepaald, worden geanalyseerd met toepassing van de technieken, beschreven in AP 04 of, als hiervoor in AP 04 geen methode wordt beschreven, de best beschikbare technieken.
2. De emissies worden bepaald door voor ten minste één van de volgens artikel 5.7, vierde lid, verkregen mengmonsters een kolomproef te verrichten volgens, naar keuze van de opdrachtgever voor het onderzoek, NEN 7373 of NEN 7383.
3. Als bij de kolomproef door slechte doorlatendheid van de grond of baggerspecie onvoldoende vloeistof door de kolom stroomt, worden de emissies van de te onderzoeken stoffen uit de grond of baggerspecie berekend met toepassing van de formule in bijlage K.
4. In afwijking van het eerste lid hoeft de emissie van een stof niet te worden bepaald wanneer de volgens artikel 5.9omgerekende rekenkundig gemiddelde concentratie van de stof in de mengmonsters lager is dan de emissietoetswaarde die voor die stof in tabel 3a van bijlage Bis opgenomen.
5. De emissies van de te onderzoeken stoffen die volgens dit artikel zijn bepaald, worden geanalyseerd met toepassing van de technieken, beschreven in AP 04 of, als hiervoor in AP 04 geen methode wordt beschreven, de best beschikbare technieken.