BWBR0047808
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 5.58
Regeling bodemkwaliteit 2022
1. Om het recht te verkrijgen om voor partijen van een bepaald producttype grond of baggerspecie een fabrikant-eigenverklaring af te geven verricht de producent van de grond of baggerspecie een toelatingsonderzoek.
2. Het toelatingsonderzoek wordt verricht onder toezicht van een certificeringsinstelling die:
a. op grond van de normdocumenten, aangewezen in categorie 6 van bijlage C, is geaccrediteerd en erkend voor het certificeren van personen voor werkzaamheden die in de uitoefening van een bedrijf worden uitgevoerd; en
b. op grond van een normdocument voor grond of baggerspecie, aangewezen in categorie 2 van bijlage C, is geaccrediteerd en erkend voor het verlenen van een productcertificaat voor grond of baggerspecie.
3. Het toelatingsonderzoek omvat:
a. een productcontrole van partijen grond of baggerspecie, die tot doel heeft om te controleren of de grond of baggerspecie voldoet aan de vereisten die in het vierde lid zijn gesteld; en
b. een beoordeling van het systeem van kwaliteitsbewaking dat de producent hanteert om te verzekeren dat de partijen grond of baggerspecie die hij produceert, tot hetzelfde producttype behoren en overeenkomen met de partijen grond of baggerspecie die in de productcontrole zijn onderzocht, en nog steeds voldoen aan de vereisten die in het vierde lid zijn gesteld.
4. In het kader van de productcontrole en de beoordeling van het systeem van kwaliteitsbewaking wordt nagegaan in hoeverre partijen grond of baggerspecie die de producent produceert:
a. voor de te onderzoeken stoffen ten behoeve van het toepassen op of in de landbodem voldoen aan de kwaliteitseisen die in tabel 1 van bijlage B zijn opgenomen voor indeling in de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’;
b. voor de te onderzoeken stoffen ten behoeve van het toepassen in een oppervlaktewaterlichaam voldoen aan de kwaliteitseisen die in tabel 2 van bijlage B voor de relevante stoffen zijn opgenomen voor indeling in de kwaliteitsklasse ‘algemeen toepasbaar’;
c. andere verontreinigende stoffen dan in bijlage B vermeld of andere relevante parameters bevatten; en
d. bodemvreemd materiaal bevatten.
5. In afwijking van het vierde lid wordt voor tarragrond in het kader van de productcontrole niet nagegaan in hoeverre de tarragrond die de producent produceert, voldoet aan de kwaliteitseisen die in tabel 2 van bijlage Bvoor de te onderzoeken stoffen zijn opgenomen voor indeling in de kwaliteitsklasse ‘algemeen toepasbaar’.
2. Het toelatingsonderzoek wordt verricht onder toezicht van een certificeringsinstelling die:
a. op grond van de normdocumenten, aangewezen in categorie 6 van bijlage C, is geaccrediteerd en erkend voor het certificeren van personen voor werkzaamheden die in de uitoefening van een bedrijf worden uitgevoerd; en
b. op grond van een normdocument voor grond of baggerspecie, aangewezen in categorie 2 van bijlage C, is geaccrediteerd en erkend voor het verlenen van een productcertificaat voor grond of baggerspecie.
3. Het toelatingsonderzoek omvat:
a. een productcontrole van partijen grond of baggerspecie, die tot doel heeft om te controleren of de grond of baggerspecie voldoet aan de vereisten die in het vierde lid zijn gesteld; en
b. een beoordeling van het systeem van kwaliteitsbewaking dat de producent hanteert om te verzekeren dat de partijen grond of baggerspecie die hij produceert, tot hetzelfde producttype behoren en overeenkomen met de partijen grond of baggerspecie die in de productcontrole zijn onderzocht, en nog steeds voldoen aan de vereisten die in het vierde lid zijn gesteld.
4. In het kader van de productcontrole en de beoordeling van het systeem van kwaliteitsbewaking wordt nagegaan in hoeverre partijen grond of baggerspecie die de producent produceert:
a. voor de te onderzoeken stoffen ten behoeve van het toepassen op of in de landbodem voldoen aan de kwaliteitseisen die in tabel 1 van bijlage B zijn opgenomen voor indeling in de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’;
b. voor de te onderzoeken stoffen ten behoeve van het toepassen in een oppervlaktewaterlichaam voldoen aan de kwaliteitseisen die in tabel 2 van bijlage B voor de relevante stoffen zijn opgenomen voor indeling in de kwaliteitsklasse ‘algemeen toepasbaar’;
c. andere verontreinigende stoffen dan in bijlage B vermeld of andere relevante parameters bevatten; en
d. bodemvreemd materiaal bevatten.
5. In afwijking van het vierde lid wordt voor tarragrond in het kader van de productcontrole niet nagegaan in hoeverre de tarragrond die de producent produceert, voldoet aan de kwaliteitseisen die in tabel 2 van bijlage Bvoor de te onderzoeken stoffen zijn opgenomen voor indeling in de kwaliteitsklasse ‘algemeen toepasbaar’.