BWBR0047808
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 3.8
Regeling bodemkwaliteit 2022
1. Als sprake is van een granulaire bouwstof met een opbouw in korrelgrootte wordt het volume van de kleinste eenheid van de bouwstof bepaald volgens dit artikel.
2. Er wordt een zeefproef uitgevoerd volgens NEN-EN 13383-2 om de korrelverdeling van de bouwstof te bepalen, waarbij uit een partij van de bouwstof aselect het volgende aantal monsters wordt genomen:
a. als sprake is van een statische partij: zes monsters; en
b. als sprake is van een stroom: drie monsters.
3. Elk monster, bedoeld in het tweede lid, bestaat uit één greep, genomen volgens hoofdstuk 4.5 van NEN-EN 13383-2. Elk monster is minimaal zo groot dat de getalswaarde van de massa in kg ten minste tweemaal de getalswaarde bedraagt van de d95 in mm. Hierbij is de d95 gelijk aan de maat van de zeef, waardoor ten minste 95% van de massa van een monster valt.
4. De korrelverdeling van de bouwstof wordt voor het totaal van de genomen monsters bepaald volgens hoofdstuk 5 van NEN-EN 13383-2.
5. Het volume van de kleinste eenheid van de onderzochte bouwstof bedraagt ten minste 50 cm 3als de volgens het vierde lid bepaalde korrelverdeling voldoet aan paragraaf 2 van bijlage F.
2. Er wordt een zeefproef uitgevoerd volgens NEN-EN 13383-2 om de korrelverdeling van de bouwstof te bepalen, waarbij uit een partij van de bouwstof aselect het volgende aantal monsters wordt genomen:
a. als sprake is van een statische partij: zes monsters; en
b. als sprake is van een stroom: drie monsters.
3. Elk monster, bedoeld in het tweede lid, bestaat uit één greep, genomen volgens hoofdstuk 4.5 van NEN-EN 13383-2. Elk monster is minimaal zo groot dat de getalswaarde van de massa in kg ten minste tweemaal de getalswaarde bedraagt van de d95 in mm. Hierbij is de d95 gelijk aan de maat van de zeef, waardoor ten minste 95% van de massa van een monster valt.
4. De korrelverdeling van de bouwstof wordt voor het totaal van de genomen monsters bepaald volgens hoofdstuk 5 van NEN-EN 13383-2.
5. Het volume van de kleinste eenheid van de onderzochte bouwstof bedraagt ten minste 50 cm 3als de volgens het vierde lid bepaalde korrelverdeling voldoet aan paragraaf 2 van bijlage F.