BWBR0044212
Geldig vanaf 2022-08-01
Artikel 11.76
Wet voortgezet onderwijs 2020
1. Voor zover artikel 11.75geen toepassing vindt, kan het bevoegd gezag een gedeelte van een gebouw of terrein in gebruik geven ten behoeve van uit ‘s Rijks kas bekostigd onderwijs of voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. Als een gedeelte van een gebouw of terrein niet nodig is voor uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs, kan het bevoegd gezag dat gedeelte verhuren aan een derde. Voorwaarde is dat het gehuurde niet bestemd zal zijn als woon- of bedrijfsruimte in de zin van de vijfdeen zesde afdeling van titel 4 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Als het een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school betreft, is voor verhuur toestemming van het bestuurscollege vereist.
2. Een ingebruikgeving of verhuur op grond van het eerste lid eindigt:
a. wanneer het bestuurscollege gebruik maakt van zijn bevoegdheid op grond van artikel 11.75 zonder dat enige schadeplicht ontstaat; of
b. wanneer het in gebruik gegeven dan wel verhuurde deel nodig is voor gebruik door de eigen school.
3. Een ingebruikgeving of verhuur op grond van het eerste lid vindt niet plaats als het voorgenomen gebruik zich niet verdraagt met het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school.
4. Artikel 230a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboekis niet van toepassing op een ingebruikgeving en verhuur op grond van het eerste lid.
5. Nietig is:
a. verhuur van een gebouw of terrein door het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school zonder toestemming van het bestuurscollege;
b. elk met dit artikel strijdig beding dat is opgenomen in een huurovereenkomst voorschoolgebouwen.
2. Een ingebruikgeving of verhuur op grond van het eerste lid eindigt:
a. wanneer het bestuurscollege gebruik maakt van zijn bevoegdheid op grond van artikel 11.75 zonder dat enige schadeplicht ontstaat; of
b. wanneer het in gebruik gegeven dan wel verhuurde deel nodig is voor gebruik door de eigen school.
3. Een ingebruikgeving of verhuur op grond van het eerste lid vindt niet plaats als het voorgenomen gebruik zich niet verdraagt met het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school.
4. Artikel 230a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboekis niet van toepassing op een ingebruikgeving en verhuur op grond van het eerste lid.
5. Nietig is:
a. verhuur van een gebouw of terrein door het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school zonder toestemming van het bestuurscollege;
b. elk met dit artikel strijdig beding dat is opgenomen in een huurovereenkomst voorschoolgebouwen.