BWBR0044212
Geldig vanaf 2022-08-01
Artikel 6.2
Wet voortgezet onderwijs 2020
1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder huisvestingsvoorzieningen verstaan:
a. voor blijvend respectievelijk voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen, bestaande uit: 1°. nieuwbouw, een bestaand gebouw of een gedeelte daarvan, verplaatsing van een bestaand gebouw of van een gedeelte daarvan, terreinen, en ook de eerste aanschaf van leer- en hulpmiddelen en meubilair;
2°. uitbreiding van de onder 1° bedoelde voorzieningen; en
3°. medegebruik van een ruimte die geschikt is voor het onderwijs;
1°. nieuwbouw, een bestaand gebouw of een gedeelte daarvan, verplaatsing van een bestaand gebouw of van een gedeelte daarvan, terreinen, en ook de eerste aanschaf van leer- en hulpmiddelen en meubilair;
2°. uitbreiding van de onder 1° bedoelde voorzieningen; en
3°. medegebruik van een ruimte die geschikt is voor het onderwijs;
b. herstel van constructiefouten aan het gebouw of het terrein; of
c. herstel en vervanging in verband met schade aan gebouw, leer- en hulpmiddelen en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de bruto vloeroppervlakten per gelijktijdig aanwezige leerling die huisvestingsvoorzieningen ten minste dienen te bevatten. Deze oppervlakten kunnen per schoolsoort verschillend worden vastgesteld.
a. voor blijvend respectievelijk voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen, bestaande uit: 1°. nieuwbouw, een bestaand gebouw of een gedeelte daarvan, verplaatsing van een bestaand gebouw of van een gedeelte daarvan, terreinen, en ook de eerste aanschaf van leer- en hulpmiddelen en meubilair;
2°. uitbreiding van de onder 1° bedoelde voorzieningen; en
3°. medegebruik van een ruimte die geschikt is voor het onderwijs;
1°. nieuwbouw, een bestaand gebouw of een gedeelte daarvan, verplaatsing van een bestaand gebouw of van een gedeelte daarvan, terreinen, en ook de eerste aanschaf van leer- en hulpmiddelen en meubilair;
2°. uitbreiding van de onder 1° bedoelde voorzieningen; en
3°. medegebruik van een ruimte die geschikt is voor het onderwijs;
b. herstel van constructiefouten aan het gebouw of het terrein; of
c. herstel en vervanging in verband met schade aan gebouw, leer- en hulpmiddelen en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de bruto vloeroppervlakten per gelijktijdig aanwezige leerling die huisvestingsvoorzieningen ten minste dienen te bevatten. Deze oppervlakten kunnen per schoolsoort verschillend worden vastgesteld.