BWBR0044212
Geldig vanaf 2022-08-01
Artikel 2.60b
Wet voortgezet onderwijs 2020
1. Het bevoegd gezag kan bij de vaststelling van het programma van toetsing en afsluiting als bedoeld in artikel 2.60a, eerste lid, slechts afwijken van het voorstel van de examencommissie, bedoeld in artikel 2.60e, eerste lid, onderdeel b:
a. na overleg met de examencommissie; en
b. indien het bevoegd gezag de afwijking schriftelijk heeft gemotiveerd.
2. Het bevoegd gezag zendt de schriftelijke motivering, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk aan de examencommissie en de medezeggenschapsraad.
3. Het bevoegd gezag behoeft voor het vaststellen van het programma van toetsing en afsluiting de instemming van de medezeggenschapsraad van de school, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020685/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10, eerste lid, onder b, WMS</a>.
4. Het bevoegd gezag zendt jaarlijks voor 1 oktober het vastgestelde programma van toetsing en afsluiting voor het desbetreffende schooljaar aan de kandidaten en de inspectie.
a. na overleg met de examencommissie; en
b. indien het bevoegd gezag de afwijking schriftelijk heeft gemotiveerd.
2. Het bevoegd gezag zendt de schriftelijke motivering, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk aan de examencommissie en de medezeggenschapsraad.
3. Het bevoegd gezag behoeft voor het vaststellen van het programma van toetsing en afsluiting de instemming van de medezeggenschapsraad van de school, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020685/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10, eerste lid, onder b, WMS</a>.
4. Het bevoegd gezag zendt jaarlijks voor 1 oktober het vastgestelde programma van toetsing en afsluiting voor het desbetreffende schooljaar aan de kandidaten en de inspectie.