BWBR0044212
Geldig vanaf 2022-08-01
Artikel 2.86
Wet voortgezet onderwijs 2020
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen instellingen worden aangewezen die ander voortgezet onderwijs geven dan voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, en die voor bekostiging uit ’s Rijks kas in aanmerking komen.
2. Hoofdstuk 2, paragrafen 2en 5, hoofdstuk 4, paragrafen 1en 4, hoofdstuk 5, paragrafen 2, 3en 5, hoofdstuk 7, paragrafen 2, 3, 4en 7, en hoofdstuk 8zijn niet van toepassing op deze instellingen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen deze bepalingen van toepassing of overeenkomstige toepassing worden verklaard dan wel kunnen regels worden gesteld over:
a. de inrichting van het onderwijs;
b. de examens;
c. de rechtpositie van het personeel;
d. de benoembaarheidsvereisten van het personeel;
e. de aanvang, de wijze en de beëindiging van de bekostiging; en
f. de toelating tot het onderwijs.
2. Hoofdstuk 2, paragrafen 2en 5, hoofdstuk 4, paragrafen 1en 4, hoofdstuk 5, paragrafen 2, 3en 5, hoofdstuk 7, paragrafen 2, 3, 4en 7, en hoofdstuk 8zijn niet van toepassing op deze instellingen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen deze bepalingen van toepassing of overeenkomstige toepassing worden verklaard dan wel kunnen regels worden gesteld over:
a. de inrichting van het onderwijs;
b. de examens;
c. de rechtpositie van het personeel;
d. de benoembaarheidsvereisten van het personeel;
e. de aanvang, de wijze en de beëindiging van de bekostiging; en
f. de toelating tot het onderwijs.