BWBR0044212
Geldig vanaf 2022-08-01
Artikel 12.34
Wet voortgezet onderwijs 2020
1. Er is tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip een landelijke commissie voor geschillen waarbij elke school, school als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0003420" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">WPO</a>en school als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0003549" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">WEC</a>is aangesloten.
2. De commissie neemt kennis van geschillen tussen ouders en bevoegd gezag van een school die ontstaan bij de toepassing van:
a. artikel 2.44, eerste, tweede en vierde lid, en
b. artikel 8.9 en artikel 8.15, tweede lid.
3. De commissie brengt op verzoek van de ouders binnen tien weken een oordeel uit aan het bevoegd gezag, rekening houdend met het ondersteuningsaanbod van de school en het ondersteuningsplan.
4. Indien een geschil aanhangig is gemaakt bij de commissie en de ouders bezwaar hebben gemaakt tegen de beslissing over de toelating of de verwijdering, neemt het bevoegd gezag de beslissing op bezwaar pas nadat de commissie heeft geoordeeld. De termijn voor het nemen van de beslissing op bezwaar wordt opgeschort met ingang van de dag waarop het geschil aanhangig is gemaakt bij de commissie tot de dag waarop de commissie het oordeel heeft uitgebracht.
5. Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven met betrekking tot de commissie, waaronder in elk geval het aantal leden, de wijze van benoeming en ontslag en de deskundigheid van de leden van de commissie.
2. De commissie neemt kennis van geschillen tussen ouders en bevoegd gezag van een school die ontstaan bij de toepassing van:
a. artikel 2.44, eerste, tweede en vierde lid, en
b. artikel 8.9 en artikel 8.15, tweede lid.
3. De commissie brengt op verzoek van de ouders binnen tien weken een oordeel uit aan het bevoegd gezag, rekening houdend met het ondersteuningsaanbod van de school en het ondersteuningsplan.
4. Indien een geschil aanhangig is gemaakt bij de commissie en de ouders bezwaar hebben gemaakt tegen de beslissing over de toelating of de verwijdering, neemt het bevoegd gezag de beslissing op bezwaar pas nadat de commissie heeft geoordeeld. De termijn voor het nemen van de beslissing op bezwaar wordt opgeschort met ingang van de dag waarop het geschil aanhangig is gemaakt bij de commissie tot de dag waarop de commissie het oordeel heeft uitgebracht.
5. Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven met betrekking tot de commissie, waaronder in elk geval het aantal leden, de wijze van benoeming en ontslag en de deskundigheid van de leden van de commissie.