BWBR0044212
Geldig vanaf 2022-08-01
Artikel 9.3j
Wet voortgezet onderwijs 2020
1. Een tijdelijke nieuwkomersvoorziening kan geen nevenvestiging zijn als bedoeld in artikel 4.14.
2. Een tijdelijke nieuwkomersvoorziening kan een tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.16, eerste lid, zijn, met dien verstande dat, in afwijking van artikel 4.16:
a. de tijdelijke nevenvestiging gelegen kan zijn op een afstand van meer dan drie kilometer van de hoofdvestiging of nevenvestiging;
b. het bevoegd gezag van een school binnen vier weken na de ingebruikname van de tijdelijke nevenvestiging voor een tijdelijke nieuwkomersvoorziening van die ingebruikname kennis dient te geven aan Onze Minister.
3. In afwijking van artikel 4.17blijft de aanspraak op bekostiging van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening die tevens een tijdelijke nevenvestiging is ook bestaan als de afstand als bedoeld in dit artikel groter is dan drie kilometer.
2. Een tijdelijke nieuwkomersvoorziening kan een tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.16, eerste lid, zijn, met dien verstande dat, in afwijking van artikel 4.16:
a. de tijdelijke nevenvestiging gelegen kan zijn op een afstand van meer dan drie kilometer van de hoofdvestiging of nevenvestiging;
b. het bevoegd gezag van een school binnen vier weken na de ingebruikname van de tijdelijke nevenvestiging voor een tijdelijke nieuwkomersvoorziening van die ingebruikname kennis dient te geven aan Onze Minister.
3. In afwijking van artikel 4.17blijft de aanspraak op bekostiging van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening die tevens een tijdelijke nevenvestiging is ook bestaan als de afstand als bedoeld in dit artikel groter is dan drie kilometer.