BWBR0044212
Geldig vanaf 2022-08-01
Artikel 2.81
Wet voortgezet onderwijs 2020
1. Het College voor toetsen en examens stelt een examenreglement vast, dat in elk geval bevat:
a. regels over de organisatie van het staatsexamen en deelstaatsexamen en de gang van zaken tijdens deze examens;
b. informatie over de maatregelen, bedoeld in artikel 2.82, en de toepassing daarvan; en
c. regels over de herkansingsmogelijkheden van het college-examen en het centraal examen.
2. Het College voor toetsen en examens stelt jaarlijks voor 1 oktober een programma van toetsing en afsluiting vast voor de examinering in het daaropvolgende jaar. Het programma vermeldt per vak in elk geval:
a. de onderdelen van het examenprogramma die worden getoetst;
b. de inhoud van de verschillende onderdelen;
c. de wijze en de tijdstippen waarop het centraal examen en de toetsen van het college-examen plaatsvinden, en de duur van de toetsen;
d. de wijze van herkansing;
e. de verhindering voor het college-examen; en
f. de wijze waarop voor een examenkandidaat het cijfer voor het college-examen tot stand komt.
3. Het College voor toetsen en examens zendt het examenreglement en het programma van toetsing en afsluiting voor 1 januari aan de inspectie en draagt er zorg voor dat ze bij de bevestiging van de aanmelding aan de eindexamenkandidaten worden verstrekt.
a. regels over de organisatie van het staatsexamen en deelstaatsexamen en de gang van zaken tijdens deze examens;
b. informatie over de maatregelen, bedoeld in artikel 2.82, en de toepassing daarvan; en
c. regels over de herkansingsmogelijkheden van het college-examen en het centraal examen.
2. Het College voor toetsen en examens stelt jaarlijks voor 1 oktober een programma van toetsing en afsluiting vast voor de examinering in het daaropvolgende jaar. Het programma vermeldt per vak in elk geval:
a. de onderdelen van het examenprogramma die worden getoetst;
b. de inhoud van de verschillende onderdelen;
c. de wijze en de tijdstippen waarop het centraal examen en de toetsen van het college-examen plaatsvinden, en de duur van de toetsen;
d. de wijze van herkansing;
e. de verhindering voor het college-examen; en
f. de wijze waarop voor een examenkandidaat het cijfer voor het college-examen tot stand komt.
3. Het College voor toetsen en examens zendt het examenreglement en het programma van toetsing en afsluiting voor 1 januari aan de inspectie en draagt er zorg voor dat ze bij de bevestiging van de aanmelding aan de eindexamenkandidaten worden verstrekt.