BWBR0044212
Geldig vanaf 2022-08-01
Artikel 2.11
Wet voortgezet onderwijs 2020
1. Het voortgezet onderwijs wordt gegeven in het Nederlands.
2. Bij het geven van voortgezet onderwijs kan een andere taal dan het Nederlands worden gebruikt als:
a. onderwijs over die andere taal wordt gegeven;
b. dat noodzakelijk is vanwege de specifieke aard, de inrichting of de kwaliteit van het onderwijs; of
c. dat noodzakelijk is vanwege de herkomst van de leerlingen.
3. Het bevoegd gezag stelt voor de school een gedragscode vast voor het gebruik van een andere taal dan het Nederlands bij het geven van onderwijs in de gevallen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b en c.
4. Dit artikel is ook van toepassing op het praktijkonderwijs.
2. Bij het geven van voortgezet onderwijs kan een andere taal dan het Nederlands worden gebruikt als:
a. onderwijs over die andere taal wordt gegeven;
b. dat noodzakelijk is vanwege de specifieke aard, de inrichting of de kwaliteit van het onderwijs; of
c. dat noodzakelijk is vanwege de herkomst van de leerlingen.
3. Het bevoegd gezag stelt voor de school een gedragscode vast voor het gebruik van een andere taal dan het Nederlands bij het geven van onderwijs in de gevallen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b en c.
4. Dit artikel is ook van toepassing op het praktijkonderwijs.