BWBR0044212
Geldig vanaf 2022-08-01
Artikel 7.17
Wet voortgezet onderwijs 2020
1. Ho-studenten in opleiding tot leraar voortgezet onderwijs in een duale opleiding aan een hogeschool die ten minste 180 studiepunten hebben behaald, of ho-studenten in opleiding tot leraar voortgezet onderwijs in een duale opleiding aan een universiteit, kunnen tijdelijk worden benoemd voor het geven van dat onderwijs waarvoor zij in opleiding zijn, voor een periode die ten hoogste een arbeidstijd omvat die overeenkomt met een volledig dienstverband van vijf maanden.
2. De benoemingsmogelijkheid geldt ook voor een ho-student in opleiding tot leraar voortgezet onderwijs in een duale opleiding aan een hogeschool die minder dan 180, maar ten minste 166 studiepunten heeft behaald indien de hogeschool heeft verklaard dat de ho-student beschikt over met 180 studiepunten vergelijkbare relevante kennis, inzicht en vaardigheden. De tijdelijke benoeming vervalt in dat geval indien de ho-student niet binnen vier weken na begin van het dienstverband over 180 studiepunten beschikt.
3. De benoemingsmogelijkheid geldt ook voor ho-studenten die een opleiding tot leraar voortgezet onderwijs aan een universiteit volgen. In dat geval bedraagt de benoemingsperiode maximaal een schooljaar voor de ho-student die een voltijdse opleiding volgt en maximaal twee schooljaren voor de ho-student die een deeltijdse opleiding volgt.
4. Bij de tijdelijke benoeming van een ho-student tot leraar voortgezet onderwijs wordt een overeenkomst gesloten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005682/artikel/7.7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7.7, vijfde lid, WHW</a>. De overeenkomst vermeldt de leraar onder wiens verantwoordelijkheid de betrokken ho-student werkzaamheden van onderwijskundige aard verricht.
2. De benoemingsmogelijkheid geldt ook voor een ho-student in opleiding tot leraar voortgezet onderwijs in een duale opleiding aan een hogeschool die minder dan 180, maar ten minste 166 studiepunten heeft behaald indien de hogeschool heeft verklaard dat de ho-student beschikt over met 180 studiepunten vergelijkbare relevante kennis, inzicht en vaardigheden. De tijdelijke benoeming vervalt in dat geval indien de ho-student niet binnen vier weken na begin van het dienstverband over 180 studiepunten beschikt.
3. De benoemingsmogelijkheid geldt ook voor ho-studenten die een opleiding tot leraar voortgezet onderwijs aan een universiteit volgen. In dat geval bedraagt de benoemingsperiode maximaal een schooljaar voor de ho-student die een voltijdse opleiding volgt en maximaal twee schooljaren voor de ho-student die een deeltijdse opleiding volgt.
4. Bij de tijdelijke benoeming van een ho-student tot leraar voortgezet onderwijs wordt een overeenkomst gesloten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005682/artikel/7.7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7.7, vijfde lid, WHW</a>. De overeenkomst vermeldt de leraar onder wiens verantwoordelijkheid de betrokken ho-student werkzaamheden van onderwijskundige aard verricht.