BWBR0044212
Geldig vanaf 2022-08-01
Artikel 11.14
Wet voortgezet onderwijs 2020
1. Het bevoegd gezag van een school waar een leerling met een specifieke onderwijsbehoefte is ingeschreven stelt in overeenstemming met de ouders en met inachtneming van artikel 11.18, derde lid, voor elk schooljaar een handelingsplan op. Indien de leerling wordt ingeschreven op of na 1 augustus, wordt het handelingsplan zo spoedig mogelijk maar uiterlijk een maand na die inschrijving opgesteld.
2. Het bevoegd gezag stelt het handelingsplan op nadat het bevoegd gezag de leerling in de gelegenheid heeft gesteld op een door de leerling te bepalen wijze vrijelijk zijn mening hierover naar voren te brengen. Het bevoegd gezag biedt de leerling daartoe de ondersteuning die hij nodig heeft.
3. Het bevoegd gezag beschrijft in het handelingsplan de inbreng van de leerling en hoe deze van invloed is geweest op de vast- of bijstelling van het handelingsplan.
4. Het bevoegd gezag licht aan de leerling toe op welke wijze diens mening van invloed is geweest op de vast- of bijstelling van het handelingsplan.
5. Het handelingsplan wordt jaarlijks met de ouders en de leerling geëvalueerd.
2. Het bevoegd gezag stelt het handelingsplan op nadat het bevoegd gezag de leerling in de gelegenheid heeft gesteld op een door de leerling te bepalen wijze vrijelijk zijn mening hierover naar voren te brengen. Het bevoegd gezag biedt de leerling daartoe de ondersteuning die hij nodig heeft.
3. Het bevoegd gezag beschrijft in het handelingsplan de inbreng van de leerling en hoe deze van invloed is geweest op de vast- of bijstelling van het handelingsplan.
4. Het bevoegd gezag licht aan de leerling toe op welke wijze diens mening van invloed is geweest op de vast- of bijstelling van het handelingsplan.
5. Het handelingsplan wordt jaarlijks met de ouders en de leerling geëvalueerd.