BWBR0044212
Geldig vanaf 2022-08-01
Artikel 2.93
Wet voortgezet onderwijs 2020
1. Het bevoegd gezag vermeldt in de naam van de school de schoolsoort waartoe de school behoort.
2. Bij een geschil tussen het bevoegd gezag en Onze Minister over de vraag tot welke schoolsoort de school behoort, beslist Onze Minister.
3. Het bevoegd gezag van een school voor mavo, een school voor vbo, of een scholengemeenschap waarvan in elk geval een school voor mavo of een school voor vbo deel uitmaakt, kan voor die school de vermelding «voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs» of «vmbo» gebruiken.
4. In het maatschappelijk verkeer brengt het bevoegd gezag tot uitdrukking:
a. welk onderwijs dat bij of krachtens deze wet is geregeld, de leerlingen en toekomstige leerlingen volgen respectievelijk kunnen volgen;
b. of het openbaar of bijzonder onderwijs betreft; en
c. in voorkomend geval, welk onderwijs de school als contractactiviteit verzorgt.
2. Bij een geschil tussen het bevoegd gezag en Onze Minister over de vraag tot welke schoolsoort de school behoort, beslist Onze Minister.
3. Het bevoegd gezag van een school voor mavo, een school voor vbo, of een scholengemeenschap waarvan in elk geval een school voor mavo of een school voor vbo deel uitmaakt, kan voor die school de vermelding «voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs» of «vmbo» gebruiken.
4. In het maatschappelijk verkeer brengt het bevoegd gezag tot uitdrukking:
a. welk onderwijs dat bij of krachtens deze wet is geregeld, de leerlingen en toekomstige leerlingen volgen respectievelijk kunnen volgen;
b. of het openbaar of bijzonder onderwijs betreft; en
c. in voorkomend geval, welk onderwijs de school als contractactiviteit verzorgt.