BWBR0044212
Geldig vanaf 2022-08-01
Artikel 2.71
Wet voortgezet onderwijs 2020
1. Op scholen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1 WEC</a>waar voortgezet speciaal onderwijs wordt verzorgd, zijn van overeenkomstige toepassing de artikelen 2.66, 2.67, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, 2.68, 2.70, 2.109, 2.109aen 9.3.
2. Op scholen voor voortgezet speciaal onderwijs die door Onze Minister zijn aangewezen op grond van het eerste lid, juncto artikel 2.66, zijn van overeenkomstige toepassing:
a. de bij of krachtens de artikelen 2.26, derde lid, 2.32 en 2.106 gestelde bepalingen; en
b. de artikelen 2.102, vijfde en zevende lid, onderdeel b, 2.103 tot en met 2.105, 2.107, 2.107a tot en met 2.107l en 5.45, voor zover het gaat om de basisberoepsgerichte leerweg van het vbo.
3. Onze Minister kan, onverminderd artikel 2.70, de aanwijzing intrekken indien niet meer wordt voldaan aan het tweede lid.
4. Voor een aangewezen school voor voortgezet speciaal onderwijs kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld die afwijken van de op grond van het eerste en tweede lid bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor een aangewezen school voor voortgezet speciaal onderwijs in aanvulling op de kerndoelen die zijn vastgesteld op grond van artikel 2.13kerndoelen worden vastgesteld. Daarbij kan worden bepaald dat het onderwijs na de eerste twee leerjaren ook wordt verzorgd op basis van de kerndoelen die zijn vastgesteld op grond van dit lid.
5. Voor een aangewezen school voor voortgezet speciaal onderwijs kunnen provinciale staten van Fryslân bij verordening kerndoelen Friese taal en cultuur vaststellen in afwijking van de kerndoelen Friese taal en cultuur die zijn vastgesteld op grond van artikel 2.16. De artikelen 2.15 tot en met 2.17zijn van overeenkomstige toepassing op de verordening.
6. Indien een aanvraag op grond van het eerste lid betrekking heeft op het vbo, geeft het bevoegd gezag in de aanvraag aan in welke profielen, bedoeld in artikel 2.26, tweede lid, het onderwijs wordt verzorgd.
2. Op scholen voor voortgezet speciaal onderwijs die door Onze Minister zijn aangewezen op grond van het eerste lid, juncto artikel 2.66, zijn van overeenkomstige toepassing:
a. de bij of krachtens de artikelen 2.26, derde lid, 2.32 en 2.106 gestelde bepalingen; en
b. de artikelen 2.102, vijfde en zevende lid, onderdeel b, 2.103 tot en met 2.105, 2.107, 2.107a tot en met 2.107l en 5.45, voor zover het gaat om de basisberoepsgerichte leerweg van het vbo.
3. Onze Minister kan, onverminderd artikel 2.70, de aanwijzing intrekken indien niet meer wordt voldaan aan het tweede lid.
4. Voor een aangewezen school voor voortgezet speciaal onderwijs kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld die afwijken van de op grond van het eerste en tweede lid bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor een aangewezen school voor voortgezet speciaal onderwijs in aanvulling op de kerndoelen die zijn vastgesteld op grond van artikel 2.13kerndoelen worden vastgesteld. Daarbij kan worden bepaald dat het onderwijs na de eerste twee leerjaren ook wordt verzorgd op basis van de kerndoelen die zijn vastgesteld op grond van dit lid.
5. Voor een aangewezen school voor voortgezet speciaal onderwijs kunnen provinciale staten van Fryslân bij verordening kerndoelen Friese taal en cultuur vaststellen in afwijking van de kerndoelen Friese taal en cultuur die zijn vastgesteld op grond van artikel 2.16. De artikelen 2.15 tot en met 2.17zijn van overeenkomstige toepassing op de verordening.
6. Indien een aanvraag op grond van het eerste lid betrekking heeft op het vbo, geeft het bevoegd gezag in de aanvraag aan in welke profielen, bedoeld in artikel 2.26, tweede lid, het onderwijs wordt verzorgd.