BWBR0044212
Geldig vanaf 2022-08-01
Artikel 2.41
Wet voortgezet onderwijs 2020
Het voortgezet onderwijs aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, is gericht op individuele begeleiding, afgestemd op de behoeften van de leerling. Zo nodig overlegt het bevoegd gezag over die begeleiding met:
a. het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling zijn woonplaats als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet heeft;
b. een instantie die jeugdgezondheidszorg uitvoert als bedoeld in artikel 5 van de Wet publieke gezondheid;
c. een instantie die maatschappelijke ondersteuning biedt als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
d. een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg; of
e. een zorgaanbieder die geneeskundige geestelijke gezondheidszorg levert, behorend tot de prestaties die zijn omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet.
a. het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling zijn woonplaats als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet heeft;
b. een instantie die jeugdgezondheidszorg uitvoert als bedoeld in artikel 5 van de Wet publieke gezondheid;
c. een instantie die maatschappelijke ondersteuning biedt als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
d. een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg; of
e. een zorgaanbieder die geneeskundige geestelijke gezondheidszorg levert, behorend tot de prestaties die zijn omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet.