BWBR0044212
Geldig vanaf 2022-08-01
Artikel 2.49
Wet voortgezet onderwijs 2020
1. Indien Onze Minister van oordeel is dat het samenwerkingsverband zijn taak ernstig verwaarloost, kan Onze Minister tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum de noodzakelijke voorzieningen treffen.
2. De voorzieningen worden, behalve in spoedeisende gevallen, niet eerder getroffen dan nadat het samenwerkingsverband in de gelegenheid is gesteld om binnen een termijn, gesteld door Onze Minister, alsnog zijn taak naar behoren uit te voeren.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing in het geval de bevoegde gezagsorganen van de scholen, bedoeld in artikel 2.47, tweede lid, niet of niet tijdig voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in dat artikel.
2. De voorzieningen worden, behalve in spoedeisende gevallen, niet eerder getroffen dan nadat het samenwerkingsverband in de gelegenheid is gesteld om binnen een termijn, gesteld door Onze Minister, alsnog zijn taak naar behoren uit te voeren.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing in het geval de bevoegde gezagsorganen van de scholen, bedoeld in artikel 2.47, tweede lid, niet of niet tijdig voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in dat artikel.