BWBR0044212
Geldig vanaf 2022-08-01
Artikel 2.78
Wet voortgezet onderwijs 2020
1. Het centraal examen van het staatsexamen heeft in elk kalenderjaar drie afnameperiodes. Deze worden aangeduid als eerste, tweede en derde tijdvak. Het tweede en derde tijdvak bieden volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels gelegenheid om het centraal examen van het staatsexamen alsnog te voltooien, dan wel het centraal examen te herkansen. Het College voor toetsen en examens kan bepalen dat een centraal examen op een ander tijdstip plaatsvindt.
2. Het examenwerk voor het centraal examen wordt beoordeeld door twee of, indien het College voor de toetsen en examens dit noodzakelijk acht, drie correctoren. Het College voor toetsen en examens wijst hen aan.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:
a. het afnemen, beoordelen, vaststellen van het cijfer en herkansen van het centraal examen, en de gang van zaken betreffende het centraal examen en de herkansing;
b. de mogelijkheid van een vierde afnameperiode; en
c. de werkwijze van de correctoren, bedoeld in het tweede lid.
2. Het examenwerk voor het centraal examen wordt beoordeeld door twee of, indien het College voor de toetsen en examens dit noodzakelijk acht, drie correctoren. Het College voor toetsen en examens wijst hen aan.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:
a. het afnemen, beoordelen, vaststellen van het cijfer en herkansen van het centraal examen, en de gang van zaken betreffende het centraal examen en de herkansing;
b. de mogelijkheid van een vierde afnameperiode; en
c. de werkwijze van de correctoren, bedoeld in het tweede lid.