BWBR0044212
Geldig vanaf 2022-08-01
Artikel 3.1
Wet voortgezet onderwijs 2020
1. Het bevoegd gezag draagt, mede in verband met de zorgplicht, bedoeld in artikel 2.87, zorg voor een goed bestuurde school met een scheiding tussen de functies van het bestuur en het intern toezicht, en met een rechtmatig bestuur en beheer.
2. De scheiding tussen de functies van bestuur en intern toezicht is functioneel of organiek.
3. Interne toezichthouders en leden van het interne toezichthoudend orgaan functioneren onafhankelijk van het bestuur.
4. Het bevoegd gezag benoemt personen in de functies van het bestuur en het intern toezicht op basis van vooraf openbaar gemaakte competentieprofielen. Bij de benoeming van de leden van een raad van toezicht stelt het bevoegd gezag de medezeggenschapsraad van de school, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020685/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 WMS</a>, in de gelegenheid een bindende voordracht te doen voor een lid.
5. Het eerste tot en met het vierde lid, eerste volzin, zijn van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsverband. Bij de benoeming van de leden van een raad van toezicht stelt het samenwerkingsverband de ondersteuningsplanraad, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020685/artikel/4a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4a WMS</a>, in de gelegenheid om een bindende voordracht te doen voor een lid.
2. De scheiding tussen de functies van bestuur en intern toezicht is functioneel of organiek.
3. Interne toezichthouders en leden van het interne toezichthoudend orgaan functioneren onafhankelijk van het bestuur.
4. Het bevoegd gezag benoemt personen in de functies van het bestuur en het intern toezicht op basis van vooraf openbaar gemaakte competentieprofielen. Bij de benoeming van de leden van een raad van toezicht stelt het bevoegd gezag de medezeggenschapsraad van de school, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020685/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 WMS</a>, in de gelegenheid een bindende voordracht te doen voor een lid.
5. Het eerste tot en met het vierde lid, eerste volzin, zijn van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsverband. Bij de benoeming van de leden van een raad van toezicht stelt het samenwerkingsverband de ondersteuningsplanraad, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020685/artikel/4a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4a WMS</a>, in de gelegenheid om een bindende voordracht te doen voor een lid.