BWBR0044212
Geldig vanaf 2022-08-01
Artikel 4.7
Wet voortgezet onderwijs 2020
1. De bekostiging vangt aan op 1 augustus.
2. De aanspraak op bekostiging op grond van de artikelen 4.2, 4.2aen 4.3vervalt, indien uiterlijk op de eerste schooldag na 1 augustus in het kalenderjaar na het besluit van Onze Minister geen onderwijs aan de nieuwe school, scholengemeenschap, nevenvestiging of in het nieuwe profiel wordt gegeven.
3. In afwijking van het tweede lid en op aanvraag van het bevoegd gezag of de gemeente van de beoogde plaats van vestiging van de school, scholengemeenschap of nevenvestiging kan Onze Minister besluiten in bijzondere gevallen de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. De aanspraak op bekostiging vervalt in dat geval, indien uiterlijk op de eerste schooldag na 1 augustus in het tweede kalenderjaar na het in het tweede lid bedoelde besluit geen onderwijs wordt gegeven.
2. De aanspraak op bekostiging op grond van de artikelen 4.2, 4.2aen 4.3vervalt, indien uiterlijk op de eerste schooldag na 1 augustus in het kalenderjaar na het besluit van Onze Minister geen onderwijs aan de nieuwe school, scholengemeenschap, nevenvestiging of in het nieuwe profiel wordt gegeven.
3. In afwijking van het tweede lid en op aanvraag van het bevoegd gezag of de gemeente van de beoogde plaats van vestiging van de school, scholengemeenschap of nevenvestiging kan Onze Minister besluiten in bijzondere gevallen de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. De aanspraak op bekostiging vervalt in dat geval, indien uiterlijk op de eerste schooldag na 1 augustus in het tweede kalenderjaar na het in het tweede lid bedoelde besluit geen onderwijs wordt gegeven.