BWBR0044212
Geldig vanaf 2022-08-01
Artikel 7.6
Wet voortgezet onderwijs 2020
1. Het bevoegd gezag stelt een managementstatuut vast, na overleg met de rector, de directeur, de conrectoren, de adjunct-directeuren of de centrale directie.
2. Het managementstatuut bevat:
a. een regeling van de bevoegdheden van de rector, de directeur, de conrectoren, de adjunct-directeuren of de centrale directie, over de toedeling, bestemming en aanwending van de bekostiging;
b. de wettelijke taken en bevoegdheden die het bevoegd gezag of de wettelijke taken en bevoegdheden waarvan het bevoegd gezag heeft bepaald dat de rector, de directeur, de conrectoren, de adjunct-directeuren of de centrale directie deze namens het bevoegd gezag kunnen uitoefenen, en instructies voor de uitoefening daarvan.
c. de wettelijke taken en bevoegdheden die het bevoegd gezag heeft overgedragen aan de rector, de directeur of de centrale directie;
d. de taken en bevoegdheden die de rector, de directeur of de centrale directie aan elkaar of aan conrectoren of adjunct-directeuren hebben overgedragen; en
e. de richtlijnen voor de uitoefening van de overgedragen taken en bevoegdheden.
3. Het bevoegd gezag stelt het managementstatuut, alsmede elke wijziging daarvan, zo spoedig mogelijk na de vaststelling op een voor eenieder toegankelijke wijze beschikbaar.
2. Het managementstatuut bevat:
a. een regeling van de bevoegdheden van de rector, de directeur, de conrectoren, de adjunct-directeuren of de centrale directie, over de toedeling, bestemming en aanwending van de bekostiging;
b. de wettelijke taken en bevoegdheden die het bevoegd gezag of de wettelijke taken en bevoegdheden waarvan het bevoegd gezag heeft bepaald dat de rector, de directeur, de conrectoren, de adjunct-directeuren of de centrale directie deze namens het bevoegd gezag kunnen uitoefenen, en instructies voor de uitoefening daarvan.
c. de wettelijke taken en bevoegdheden die het bevoegd gezag heeft overgedragen aan de rector, de directeur of de centrale directie;
d. de taken en bevoegdheden die de rector, de directeur of de centrale directie aan elkaar of aan conrectoren of adjunct-directeuren hebben overgedragen; en
e. de richtlijnen voor de uitoefening van de overgedragen taken en bevoegdheden.
3. Het bevoegd gezag stelt het managementstatuut, alsmede elke wijziging daarvan, zo spoedig mogelijk na de vaststelling op een voor eenieder toegankelijke wijze beschikbaar.