BWBR0006727
Geldig vanaf 2004-12-06
Artikel 4.17
Regeling keuring en handel dierlijke producten
De exploitant of de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van een erkende inrichting draagt er zorg voor dat:
a. indien het een slachthuis betreft, in het slachthuis de hygiënische voorschriften van de hoofdstukken V en VII van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG, alsmede de overige hygiënevoorschriften van die richtlijn worden nageleefd, met dien verstande dat, indien het een slachthuis is erkend op grond van artikel 4.16, tweede lid, er tevens zorg voor wordt gedragen dat: een register wordt bijgehouden op grond waarvan de volgende gegevens kunnen worden gecontroleerd: 1º. het inkomende pluimvee en de uitgaande slachtprodukten;
2º. de overeenkomstig artikel 4.19 uitgevoerde controles;
3º. de resultaten van de onder 2° bedoelde controles, welke gegevens desgevraagd terstond aan de keuringsdierenarts worden overgelegd;
1º. het inkomende pluimvee en de uitgaande slachtprodukten;
2º. de overeenkomstig artikel 4.19 uitgevoerde controles;
3º. de resultaten van de onder 2° bedoelde controles, welke gegevens desgevraagd terstond aan de keuringsdierenarts worden overgelegd;
de keuringsdierenarts op de hoogte wordt gebracht van het tijdstip van slachten, het aantal dieren en de herkomst ervan en hem een afschrift toekomt van de in bijlage IV van richtlijn 71/118/EEG bedoelde gezondheidsverklaring, dan wel van het in bijlage A van deze regeling bedoelde document;
de keuringsdierenarts of diens assistent bij het verwijderen van de ingewanden aanwezig is om te controleren of de in de hoofdstukken VII en VIII van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG bedoelde hygiënevoorschriften worden nageleefd, met dien verstande dat, ingeval geen van beiden bij het slachten aanwezig kan zijn, het vlees de inrichting slechts verlaat nadat een keuring na het slachten is verricht die op de dag van het slachten heeft plaatsgevonden;
het vlees afkomstig uit de inrichting wordt gemerkt met het merk, bedoeld in artikel 4.10, eerste lid;
een register wordt bijgehouden op grond waarvan de volgende gegevens kunnen worden gecontroleerd: 1º. het inkomende pluimvee en de uitgaande slachtprodukten;
2º. de overeenkomstig artikel 4.19 uitgevoerde controles;
3º. de resultaten van de onder 2° bedoelde controles, welke gegevens desgevraagd terstond aan de keuringsdierenarts worden overgelegd;
1º. het inkomende pluimvee en de uitgaande slachtprodukten;
2º. de overeenkomstig artikel 4.19 uitgevoerde controles;
3º. de resultaten van de onder 2° bedoelde controles, welke gegevens desgevraagd terstond aan de keuringsdierenarts worden overgelegd;
de keuringsdierenarts op de hoogte wordt gebracht van het tijdstip van slachten, het aantal dieren en de herkomst ervan en hem een afschrift toekomt van de in bijlage IV van richtlijn 71/118/EEG bedoelde gezondheidsverklaring, dan wel van het in bijlage A van deze regeling bedoelde document;
de keuringsdierenarts of diens assistent bij het verwijderen van de ingewanden aanwezig is om te controleren of de in de hoofdstukken VII en VIII van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG bedoelde hygiënevoorschriften worden nageleefd, met dien verstande dat, ingeval geen van beiden bij het slachten aanwezig kan zijn, het vlees de inrichting slechts verlaat nadat een keuring na het slachten is verricht die op de dag van het slachten heeft plaatsgevonden;
het vlees afkomstig uit de inrichting wordt gemerkt met het merk, bedoeld in artikel 4.10, eerste lid;
b. indien het een uitsnijderij betreft: in de uitsnijderij de voorschriften van de hoofdstukken X en, voor zover van toepassing, hoofdstuk V van bijlage I van richtijn 71/118/EEG alsmede de overige hygiënevoorschriften van die richtlijn worden nageleefd, met dien verstande dat de hoofdstukken VII en X en punt 64 van hoofdstuk XI van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG niet van toepassing zijn op het uitsnijden en opslaan in een uitsnijderij die is erkend op grond van artikel 4.16, tweede lid;
in de uitsnijderij een register wordt bijgehouden van al het inkomende en uitgaande verse vlees van pluimvee, onder vermelding van de aard van het ingekomen vlees, dat op verzoek van de keuringsdierenarts of diens assistent wordt overgelegd;
in de uitsnijderij de voorschriften van de hoofdstukken X en, voor zover van toepassing, hoofdstuk V van bijlage I van richtijn 71/118/EEG alsmede de overige hygiënevoorschriften van die richtlijn worden nageleefd, met dien verstande dat de hoofdstukken VII en X en punt 64 van hoofdstuk XI van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG niet van toepassing zijn op het uitsnijden en opslaan in een uitsnijderij die is erkend op grond van artikel 4.16, tweede lid;
in de uitsnijderij een register wordt bijgehouden van al het inkomende en uitgaande verse vlees van pluimvee, onder vermelding van de aard van het ingekomen vlees, dat op verzoek van de keuringsdierenarts of diens assistent wordt overgelegd;
c. indien het een koel- of vrieshuis betreft, in het koel- of vrieshuis de voorschriften van de hoofdstukken X en, voor zover van toepassing, XIII van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG, alsmede de overige hygiënevoorschriften van die richtlijn worden nageleefd;
d. in de inrichting de aanwijzingen van de keuringsdierenarts of diens assistent worden opgevolgd en dat deze alle medewerking wordt verleend die hij redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taken in het kader van dit hoofdstuk noodzakelijk acht: aan de keuringsdierenarts of diens assistent wordt desgevraagd toegang verleend tot het gehele bedrijf.
a. indien het een slachthuis betreft, in het slachthuis de hygiënische voorschriften van de hoofdstukken V en VII van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG, alsmede de overige hygiënevoorschriften van die richtlijn worden nageleefd, met dien verstande dat, indien het een slachthuis is erkend op grond van artikel 4.16, tweede lid, er tevens zorg voor wordt gedragen dat: een register wordt bijgehouden op grond waarvan de volgende gegevens kunnen worden gecontroleerd: 1º. het inkomende pluimvee en de uitgaande slachtprodukten;
2º. de overeenkomstig artikel 4.19 uitgevoerde controles;
3º. de resultaten van de onder 2° bedoelde controles, welke gegevens desgevraagd terstond aan de keuringsdierenarts worden overgelegd;
1º. het inkomende pluimvee en de uitgaande slachtprodukten;
2º. de overeenkomstig artikel 4.19 uitgevoerde controles;
3º. de resultaten van de onder 2° bedoelde controles, welke gegevens desgevraagd terstond aan de keuringsdierenarts worden overgelegd;
de keuringsdierenarts op de hoogte wordt gebracht van het tijdstip van slachten, het aantal dieren en de herkomst ervan en hem een afschrift toekomt van de in bijlage IV van richtlijn 71/118/EEG bedoelde gezondheidsverklaring, dan wel van het in bijlage A van deze regeling bedoelde document;
de keuringsdierenarts of diens assistent bij het verwijderen van de ingewanden aanwezig is om te controleren of de in de hoofdstukken VII en VIII van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG bedoelde hygiënevoorschriften worden nageleefd, met dien verstande dat, ingeval geen van beiden bij het slachten aanwezig kan zijn, het vlees de inrichting slechts verlaat nadat een keuring na het slachten is verricht die op de dag van het slachten heeft plaatsgevonden;
het vlees afkomstig uit de inrichting wordt gemerkt met het merk, bedoeld in artikel 4.10, eerste lid;
een register wordt bijgehouden op grond waarvan de volgende gegevens kunnen worden gecontroleerd: 1º. het inkomende pluimvee en de uitgaande slachtprodukten;
2º. de overeenkomstig artikel 4.19 uitgevoerde controles;
3º. de resultaten van de onder 2° bedoelde controles, welke gegevens desgevraagd terstond aan de keuringsdierenarts worden overgelegd;
1º. het inkomende pluimvee en de uitgaande slachtprodukten;
2º. de overeenkomstig artikel 4.19 uitgevoerde controles;
3º. de resultaten van de onder 2° bedoelde controles, welke gegevens desgevraagd terstond aan de keuringsdierenarts worden overgelegd;
de keuringsdierenarts op de hoogte wordt gebracht van het tijdstip van slachten, het aantal dieren en de herkomst ervan en hem een afschrift toekomt van de in bijlage IV van richtlijn 71/118/EEG bedoelde gezondheidsverklaring, dan wel van het in bijlage A van deze regeling bedoelde document;
de keuringsdierenarts of diens assistent bij het verwijderen van de ingewanden aanwezig is om te controleren of de in de hoofdstukken VII en VIII van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG bedoelde hygiënevoorschriften worden nageleefd, met dien verstande dat, ingeval geen van beiden bij het slachten aanwezig kan zijn, het vlees de inrichting slechts verlaat nadat een keuring na het slachten is verricht die op de dag van het slachten heeft plaatsgevonden;
het vlees afkomstig uit de inrichting wordt gemerkt met het merk, bedoeld in artikel 4.10, eerste lid;
b. indien het een uitsnijderij betreft: in de uitsnijderij de voorschriften van de hoofdstukken X en, voor zover van toepassing, hoofdstuk V van bijlage I van richtijn 71/118/EEG alsmede de overige hygiënevoorschriften van die richtlijn worden nageleefd, met dien verstande dat de hoofdstukken VII en X en punt 64 van hoofdstuk XI van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG niet van toepassing zijn op het uitsnijden en opslaan in een uitsnijderij die is erkend op grond van artikel 4.16, tweede lid;
in de uitsnijderij een register wordt bijgehouden van al het inkomende en uitgaande verse vlees van pluimvee, onder vermelding van de aard van het ingekomen vlees, dat op verzoek van de keuringsdierenarts of diens assistent wordt overgelegd;
in de uitsnijderij de voorschriften van de hoofdstukken X en, voor zover van toepassing, hoofdstuk V van bijlage I van richtijn 71/118/EEG alsmede de overige hygiënevoorschriften van die richtlijn worden nageleefd, met dien verstande dat de hoofdstukken VII en X en punt 64 van hoofdstuk XI van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG niet van toepassing zijn op het uitsnijden en opslaan in een uitsnijderij die is erkend op grond van artikel 4.16, tweede lid;
in de uitsnijderij een register wordt bijgehouden van al het inkomende en uitgaande verse vlees van pluimvee, onder vermelding van de aard van het ingekomen vlees, dat op verzoek van de keuringsdierenarts of diens assistent wordt overgelegd;
c. indien het een koel- of vrieshuis betreft, in het koel- of vrieshuis de voorschriften van de hoofdstukken X en, voor zover van toepassing, XIII van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG, alsmede de overige hygiënevoorschriften van die richtlijn worden nageleefd;
d. in de inrichting de aanwijzingen van de keuringsdierenarts of diens assistent worden opgevolgd en dat deze alle medewerking wordt verleend die hij redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taken in het kader van dit hoofdstuk noodzakelijk acht: aan de keuringsdierenarts of diens assistent wordt desgevraagd toegang verleend tot het gehele bedrijf.