BWBR0006727
Geldig vanaf 2004-12-06
Artikel 4.2
Regeling keuring en handel dierlijke producten
1. Vers vlees van pluimvee dat anders dan in doorvoer buiten Nederland wordt gebracht is voorzien van een keurmerk overeenkomstig hoofdstuk XII van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG.
2. Een partij vers vlees van pluimvee die anders dan in doorvoer buiten Nederland wordt gebracht gaat vergezeld van:
a. indien het een partij vers vlees van kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden of ganzen betreft: 1º. een begeleidend handelsdocument als bedoeld in artikel 3, I, onderdeel A, onder i, eerste gedachtenstreepje, van richtlijn 71/118/EEG, dan wel
2º. een keuringscertificaat als bedoeld in bijlage VI van richtlijn 71/118/EEG, wanneer het gaat om een partij die is verkregen in een slachthuis dat is gelegen in een gebied of zone waarvoor om veterinairrechtelijke redenen beperkingen gelden, of om een partij die voor een andere lid-staat is bestemd na doorvoer via een derde land in een met een loodje verzegeld vervoermiddel;
1º. een begeleidend handelsdocument als bedoeld in artikel 3, I, onderdeel A, onder i, eerste gedachtenstreepje, van richtlijn 71/118/EEG, dan wel
2º. een keuringscertificaat als bedoeld in bijlage VI van richtlijn 71/118/EEG, wanneer het gaat om een partij die is verkregen in een slachthuis dat is gelegen in een gebied of zone waarvoor om veterinairrechtelijke redenen beperkingen gelden, of om een partij die voor een andere lid-staat is bestemd na doorvoer via een derde land in een met een loodje verzegeld vervoermiddel;
b. indien het een partij vers vlees van gekweekt vederwild betreft, een gezondheidscertificaat als bedoeld in bijlage IV van richtlijn 91/495/EEG.
3. Ten aanzien van vers vlees van pluimvee dat anders dan in doorvoerbuiten Nederland wordt gebracht, is voldaan aan de eisen, gesteld in de artikelen 4, eerste, tweede en zesde lid, 8, eerste lid, 9, eerste en derde lid, en 13 van verordening 1829/2003.
4. Het is een exploitant als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van verordening 1830/2003, voorzover zijn activiteiten betrekking hebben op vers vlees van pluimvee, verboden te handelen in strijd met de artikelen 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en 5, eerste en tweede lid, van die verordening.
2. Een partij vers vlees van pluimvee die anders dan in doorvoer buiten Nederland wordt gebracht gaat vergezeld van:
a. indien het een partij vers vlees van kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden of ganzen betreft: 1º. een begeleidend handelsdocument als bedoeld in artikel 3, I, onderdeel A, onder i, eerste gedachtenstreepje, van richtlijn 71/118/EEG, dan wel
2º. een keuringscertificaat als bedoeld in bijlage VI van richtlijn 71/118/EEG, wanneer het gaat om een partij die is verkregen in een slachthuis dat is gelegen in een gebied of zone waarvoor om veterinairrechtelijke redenen beperkingen gelden, of om een partij die voor een andere lid-staat is bestemd na doorvoer via een derde land in een met een loodje verzegeld vervoermiddel;
1º. een begeleidend handelsdocument als bedoeld in artikel 3, I, onderdeel A, onder i, eerste gedachtenstreepje, van richtlijn 71/118/EEG, dan wel
2º. een keuringscertificaat als bedoeld in bijlage VI van richtlijn 71/118/EEG, wanneer het gaat om een partij die is verkregen in een slachthuis dat is gelegen in een gebied of zone waarvoor om veterinairrechtelijke redenen beperkingen gelden, of om een partij die voor een andere lid-staat is bestemd na doorvoer via een derde land in een met een loodje verzegeld vervoermiddel;
b. indien het een partij vers vlees van gekweekt vederwild betreft, een gezondheidscertificaat als bedoeld in bijlage IV van richtlijn 91/495/EEG.
3. Ten aanzien van vers vlees van pluimvee dat anders dan in doorvoerbuiten Nederland wordt gebracht, is voldaan aan de eisen, gesteld in de artikelen 4, eerste, tweede en zesde lid, 8, eerste lid, 9, eerste en derde lid, en 13 van verordening 1829/2003.
4. Het is een exploitant als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van verordening 1830/2003, voorzover zijn activiteiten betrekking hebben op vers vlees van pluimvee, verboden te handelen in strijd met de artikelen 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en 5, eerste en tweede lid, van die verordening.