BWBR0006727
Geldig vanaf 2004-12-06
Artikel 2.22
Regeling keuring en handel dierlijke producten
1. De partij producten die voor Nederland is bestemd, gaat tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied vanaf de inspectiepost naar de plaats van bestemming vergezeld van het document bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, en van het gewaarmerkt afschrift, bedoeld in artikel 2.19, tweede lid.
2. De partij producten die voor een lid-staat is bestemd, gaat tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied vanaf de inspectiepost vergezeld van het document bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, en van het gewaarmerkte afschrift, bedoeld in artikel 2.19, tweede lid.
3. De partij producten die voor een derde land is bestemd, gaat, ongeacht of de partij in een douane-entrepot of een vrij entrepot in Nederland wordt opgeslagen dan wel daarin opgeslagen is geweest, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied vanaf de inspectiepost vergezeld van het originele document, bedoeld in artikel 2.16, tweede lid, onderdeel c, en het document bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, waarin is aangegeven langs welke grensinspectiepost als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel g, van richtlijn 97/78/EG, de partij de Europese Gemeenschap verlaat.
4. De partij, bestemd voor een derde land, die:
a. in een vrij entrepot of douane-entrepot in Nederland moet worden opgeslagen en die niet aan de in deze regeling voor het desbetreffende product gestelde voorschriften voor het brengen op Nederlands grondgebied voldoet, of
b. in een vrij entrepot of douaneentrepot in Nederland wordt opgeslagen en die niet aan van toepassing zijnde voorschriften voor het brengen van de producten in de betreffende lidstaat voldoet, wordt onder douanetoezicht vervoerd, in een gesloten, geïdentificeerd, lekvrij en verzegeld vervoermiddel.
5. Een partij als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, gaat vanaf de inspectiepost tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied vergezeld van de in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van richtlijn 97/78/EGgenoemde documenten en van het document bedoeld in artikel 2.19, eerste lid.
6. Transportmiddelen voor vervoer over land die zijn gebruikt voor het vervoer van producten die niet aan in deze regeling voor het desbetreffende product gestelde voorschriften voor het brengen op Nederlands grondgebied voldoen, worden, indien nodig, na het gebruik gereinigd en ontsmet.
2. De partij producten die voor een lid-staat is bestemd, gaat tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied vanaf de inspectiepost vergezeld van het document bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, en van het gewaarmerkte afschrift, bedoeld in artikel 2.19, tweede lid.
3. De partij producten die voor een derde land is bestemd, gaat, ongeacht of de partij in een douane-entrepot of een vrij entrepot in Nederland wordt opgeslagen dan wel daarin opgeslagen is geweest, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied vanaf de inspectiepost vergezeld van het originele document, bedoeld in artikel 2.16, tweede lid, onderdeel c, en het document bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, waarin is aangegeven langs welke grensinspectiepost als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel g, van richtlijn 97/78/EG, de partij de Europese Gemeenschap verlaat.
4. De partij, bestemd voor een derde land, die:
a. in een vrij entrepot of douane-entrepot in Nederland moet worden opgeslagen en die niet aan de in deze regeling voor het desbetreffende product gestelde voorschriften voor het brengen op Nederlands grondgebied voldoet, of
b. in een vrij entrepot of douaneentrepot in Nederland wordt opgeslagen en die niet aan van toepassing zijnde voorschriften voor het brengen van de producten in de betreffende lidstaat voldoet, wordt onder douanetoezicht vervoerd, in een gesloten, geïdentificeerd, lekvrij en verzegeld vervoermiddel.
5. Een partij als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, gaat vanaf de inspectiepost tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied vergezeld van de in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van richtlijn 97/78/EGgenoemde documenten en van het document bedoeld in artikel 2.19, eerste lid.
6. Transportmiddelen voor vervoer over land die zijn gebruikt voor het vervoer van producten die niet aan in deze regeling voor het desbetreffende product gestelde voorschriften voor het brengen op Nederlands grondgebied voldoen, worden, indien nodig, na het gebruik gereinigd en ontsmet.