BWBR0006727
Geldig vanaf 2004-12-06
Artikel 5.16
Regeling keuring en handel dierlijke producten
1. De exploitant of de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van een op grond van artikel 5.13erkende vrij-wildverwerkingsinrichting of van een vrij-wildverwerkingsinrichting waaraan onheffing is verleend als bedoeld in artikel 12.6, derde lid:
a. controleert de algemene hygiëne van de werktuigen, installaties en machines in de vrij-wildverwerkingsinrichting in alle produktiestadia, alsmede, op aanwijzing van de keuringsdierenarts, de produkten regelmatig, ook door middel van microbiologische controles;
b. stelt, op verzoek van de keuringsdierenarts, deze of de veterinaire deskundigen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen in kennis van aard, frequentie en resultaat van de in onderdeel a bedoelde controles, alsmede, voor zover van toepassing, van de naam van het controlelaboratorium;
c. zet, in samenwerking met de keuringsdierenarts, een opleidingsprogramma op dat het personeel van de inrichting in staat stelt te voldoen aan, voor zover van toepassing, de voorschriften, bedoeld in artikel 5.14, eerste lid.
2. De in het eerste lid bedoelde controles worden uitgevoerd overeenkomstig de beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of de Raad van de Europese Unie op grond van artikel 7, tweede lid, laatste alinea, van richtlijn 92/45/EEG, dan wel, zolang deze beschikking nog niet is vastgesteld, overeenkomstig hetgeen de minster daaromtrent heeft bepaald.
a. controleert de algemene hygiëne van de werktuigen, installaties en machines in de vrij-wildverwerkingsinrichting in alle produktiestadia, alsmede, op aanwijzing van de keuringsdierenarts, de produkten regelmatig, ook door middel van microbiologische controles;
b. stelt, op verzoek van de keuringsdierenarts, deze of de veterinaire deskundigen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen in kennis van aard, frequentie en resultaat van de in onderdeel a bedoelde controles, alsmede, voor zover van toepassing, van de naam van het controlelaboratorium;
c. zet, in samenwerking met de keuringsdierenarts, een opleidingsprogramma op dat het personeel van de inrichting in staat stelt te voldoen aan, voor zover van toepassing, de voorschriften, bedoeld in artikel 5.14, eerste lid.
2. De in het eerste lid bedoelde controles worden uitgevoerd overeenkomstig de beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of de Raad van de Europese Unie op grond van artikel 7, tweede lid, laatste alinea, van richtlijn 92/45/EEG, dan wel, zolang deze beschikking nog niet is vastgesteld, overeenkomstig hetgeen de minster daaromtrent heeft bepaald.