BWBR0006727
Geldig vanaf 2004-12-06
Artikel 2.2
Regeling keuring en handel dierlijke producten
1. Het verbod, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, geldt niet indien het overige dierlijke producten betreft, anders dan die genoemd in artikel 11.2die zijn bestemd voor een lid-staat of Noorwegen met inachtneming evenwel van artikel 2.6, en evenmin indien het handelsmonsters betreft die zijn bestemd voor een derde land, niet zijnde Noorwegen.
2. Het verbod, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, alsmede het verbod, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001900/artikel/68" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 68 van de Veewet</a>, gelden niet, behalve indien het gehakt vlees van andere dieren dan runderen, varkens, schapen of geiten, vleesbereidingen van vlees van eenhoevigen, dan wel separatorvlees als bedoeld in artikel 4.1betreft, ten aanzien van producten indien zij, voor zover zij zijn bestemd voor een lid-staat of Noorwegen, vergezeld gaan van het bewijsstuk, onderscheidenlijk de bewijsstukken en zijn voorzien van het merk, genoemd of bedoeld in:
a. artikel 4.2, indien het vers vlees van pluimvee betreft;
b. artikel 5.2, indien het vlees van vrij wild betreft, en, voor wat betreft de bewijsstukken, artikel 5.3, indien het gehele stukken vrij wild betreft;
c. artikel 9.2, eerste en derde lid, indien het gehakt vlees van runderen, varkens, schapen of geiten betreft;
d. artikel 10.2, eerste en derde lid, indien het vleesbereidingen betreft, met uitzondering van vleesbereidingen van vlees van eenhoevigen;
e. voor wat betreft de bewijsstukken, artikel 11.2, indien het in dat artikel genoemde overige dierlijke producten betreft.
3. Het verbod, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, geldt niet ten aanzien van producten indien zij, voor zover zij zijn bestemd voor een derde land, niet zijnde Noorwegen, zijn voorzien van het merk, genoemd of bedoeld in:
1º. artikel 4.2, 4.9 of 4.10, indien het vers vlees van pluimvee betreft;
2º. artikel 5.2 of 5.9, indien het vlees van vrij wild betreft;
3º. de onderscheiden onderdelen van artikel 9.2, tweede lid, al naar het gehakt vlees als bedoeld in die onderscheiden onderdelen betreft;
4º. de onderscheiden onderdelen van artikel 10.2, tweede lid, al naar gelang het vleesbereidingen als bedoeld in die onderdelen betreft;
4. Van <a href="/wet/BWBR0006427/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2 van het Besluit uitvoer dieren en producten van dierlijke oorsprong</a>wordt vrijstelling verleend, voor wat betreft:
a. het voorzien zijn van gehele stukken vrij wild en overige dierlijke producten die zijn bestemd voor een lid-staat of een derde land, van een of meer merken;
b. het voorzien zijn van gehakt vlees of vleesbereidingen die zijn bestemd voor een derde land, van een of meer bewijsstukken en
c. het voorzien zijn van vers vlees van pluimvee van een of meer merken die zijn aangebracht op grond van een van Rijkswege ingesteld onderzoek, indien het vlees betreft dat is verkregen overeenkomstig en voldoet aan punt 49 van hoofdstuk VIII van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG.
5. De bewijsstukken zijn volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend, terwijl de geldigheidsduur ervan niet is verstreken, en zijn, voor zover van toepassing, in overeenstemming met de regelgeving van de Europese Gemeenschap opgesteld en afgegeven.
6. De in het tweede tot en met vijfde lid bedoelde bewijsstukken worden afgegeven door de minister.
7. Het verbod, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, geldt niet ten aanzien van dierlijke bijproducten mits de producten:
a. vergezeld gaan, voor zover van toepassing, van het in bijlage II, hoofdstuk III, van verordening 1774/2002/EG bedoelde handelsdocument of gezondheidscertificaat;
b. met betrekking tot die producten, voor zover van toepassing, is voldaan aan de artikelen 19, onderdelen a tot en met d, en 20, eerste lid, onderdelen a en b, en derde lid, onderdelen a tot en met c, van verordening 1774/2002/EG.
8. In zoverre in afwijking van het zevende lid is bijlage VIII, hoofdstuk III, onderdeel II, onder A, punt 5b, van verordening 1774/2002/EGtot 1 januari 2005 niet van toepassing indien het verwerkte mest of verwerkte producten uit mest betreft, afkomstig van een technisch bedrijf als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0018514/artikel/37" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 37, eerste lid, van het Destructiebesluit</a>.
9. Voor de toepassing van het zevende lid is de bevoegde autoriteit, bedoeld in bijlage VIII, hoofdstuk VIII, van verordening 1774/2002/EGde minister.
10. Het verbod, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, alsmede het verbod, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001900/artikel/68" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 68 van de Veewet</a>, zijn niet van toepassing op het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van producten die, met inachtneming evenwel van artikel 2.6;
a. in kleine hoeveelheden in de persoonlijke bagage van reizigers voor eigen gebruik worden vervoerd;
b. zonder enig handelskarakter in kleine zendingen aan particulieren worden toegestuurd;
c. zich als proviand voor personeel en passagiers bevinden in grensoverschrijdende vervoermiddelen.
2. Het verbod, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, alsmede het verbod, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001900/artikel/68" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 68 van de Veewet</a>, gelden niet, behalve indien het gehakt vlees van andere dieren dan runderen, varkens, schapen of geiten, vleesbereidingen van vlees van eenhoevigen, dan wel separatorvlees als bedoeld in artikel 4.1betreft, ten aanzien van producten indien zij, voor zover zij zijn bestemd voor een lid-staat of Noorwegen, vergezeld gaan van het bewijsstuk, onderscheidenlijk de bewijsstukken en zijn voorzien van het merk, genoemd of bedoeld in:
a. artikel 4.2, indien het vers vlees van pluimvee betreft;
b. artikel 5.2, indien het vlees van vrij wild betreft, en, voor wat betreft de bewijsstukken, artikel 5.3, indien het gehele stukken vrij wild betreft;
c. artikel 9.2, eerste en derde lid, indien het gehakt vlees van runderen, varkens, schapen of geiten betreft;
d. artikel 10.2, eerste en derde lid, indien het vleesbereidingen betreft, met uitzondering van vleesbereidingen van vlees van eenhoevigen;
e. voor wat betreft de bewijsstukken, artikel 11.2, indien het in dat artikel genoemde overige dierlijke producten betreft.
3. Het verbod, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, geldt niet ten aanzien van producten indien zij, voor zover zij zijn bestemd voor een derde land, niet zijnde Noorwegen, zijn voorzien van het merk, genoemd of bedoeld in:
1º. artikel 4.2, 4.9 of 4.10, indien het vers vlees van pluimvee betreft;
2º. artikel 5.2 of 5.9, indien het vlees van vrij wild betreft;
3º. de onderscheiden onderdelen van artikel 9.2, tweede lid, al naar het gehakt vlees als bedoeld in die onderscheiden onderdelen betreft;
4º. de onderscheiden onderdelen van artikel 10.2, tweede lid, al naar gelang het vleesbereidingen als bedoeld in die onderdelen betreft;
4. Van <a href="/wet/BWBR0006427/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2 van het Besluit uitvoer dieren en producten van dierlijke oorsprong</a>wordt vrijstelling verleend, voor wat betreft:
a. het voorzien zijn van gehele stukken vrij wild en overige dierlijke producten die zijn bestemd voor een lid-staat of een derde land, van een of meer merken;
b. het voorzien zijn van gehakt vlees of vleesbereidingen die zijn bestemd voor een derde land, van een of meer bewijsstukken en
c. het voorzien zijn van vers vlees van pluimvee van een of meer merken die zijn aangebracht op grond van een van Rijkswege ingesteld onderzoek, indien het vlees betreft dat is verkregen overeenkomstig en voldoet aan punt 49 van hoofdstuk VIII van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG.
5. De bewijsstukken zijn volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend, terwijl de geldigheidsduur ervan niet is verstreken, en zijn, voor zover van toepassing, in overeenstemming met de regelgeving van de Europese Gemeenschap opgesteld en afgegeven.
6. De in het tweede tot en met vijfde lid bedoelde bewijsstukken worden afgegeven door de minister.
7. Het verbod, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, geldt niet ten aanzien van dierlijke bijproducten mits de producten:
a. vergezeld gaan, voor zover van toepassing, van het in bijlage II, hoofdstuk III, van verordening 1774/2002/EG bedoelde handelsdocument of gezondheidscertificaat;
b. met betrekking tot die producten, voor zover van toepassing, is voldaan aan de artikelen 19, onderdelen a tot en met d, en 20, eerste lid, onderdelen a en b, en derde lid, onderdelen a tot en met c, van verordening 1774/2002/EG.
8. In zoverre in afwijking van het zevende lid is bijlage VIII, hoofdstuk III, onderdeel II, onder A, punt 5b, van verordening 1774/2002/EGtot 1 januari 2005 niet van toepassing indien het verwerkte mest of verwerkte producten uit mest betreft, afkomstig van een technisch bedrijf als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0018514/artikel/37" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 37, eerste lid, van het Destructiebesluit</a>.
9. Voor de toepassing van het zevende lid is de bevoegde autoriteit, bedoeld in bijlage VIII, hoofdstuk VIII, van verordening 1774/2002/EGde minister.
10. Het verbod, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, alsmede het verbod, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001900/artikel/68" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 68 van de Veewet</a>, zijn niet van toepassing op het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van producten die, met inachtneming evenwel van artikel 2.6;
a. in kleine hoeveelheden in de persoonlijke bagage van reizigers voor eigen gebruik worden vervoerd;
b. zonder enig handelskarakter in kleine zendingen aan particulieren worden toegestuurd;
c. zich als proviand voor personeel en passagiers bevinden in grensoverschrijdende vervoermiddelen.