BWBR0006727
Geldig vanaf 2004-12-06
Artikel 4.19
Regeling keuring en handel dierlijke producten
1. De exploitant of de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van een op grond van artikel 4.16erkende inrichting zet, in samenwerking met de keuringsdierenarts, een opleidingsprogramma op dat het personeel van de inrichting in staat stelt te voldoen aan, voorzover van toepassing, de voorschriften bedoeld in artikel 4.17.
2. De exploitant, de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van een op grond van artikel 4.16, erkende inrichting verricht de controles, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van richtlijn 71/118/EEG, en is desverzocht in staat de keuringsdierenarts of de veterinaire deskundigen van de Europese Commissie in kennis te stellen van aard, frequentie en resultaat van de verrichte controles, alsmede, zo nodig, van de naam van het controlelaboratorium, met dien verstande dat de exploitant, de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van een op grond van artikel 4.16, eerste en tweede lid, erkende inrichting de algemene hygiëne bij de productie, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van richtlijn 71/118/EEG, controleert door het uitwerken en toepassen van een permanente procedure overeenkomstig artikel 1 van beschikking 2001/471/EG.
3. Voor de toepassing van artikel 1, tweede lid, van beschikking 2001/471/EG kan, voorzover van toepassing, de exploitant, eigenaar of vertegenwoordiger gebruik maken van:
a. de aanvulling op de hygiënecodes voor slachterijen en uitsnijderijen van de Productschappen voor Vee, Vlees en Eieren van 15 mei 2002 met de titel ‘Aanvulling werkboek GHP-code Pluimveeslachterijen en -uitsnijderijen beschikking 2001/471/EG’;
b. de aanvulling op de hygiënecodes voor slachterijen en uitsnijderijen van de Productschappen voor Vee, Vlees en Eieren van 19 juni 2003 met de titel ‘Aanvulling werkboek GHP-code Pluimveeslachterijen en -uitsnijderijen beschikking 2001/471/EG voor pluimveeslachterijen met geringe capaciteit’, of
c. de aanvulling van de Productschappen voor Vee, Vlees en Eieren op de hygiënecode voor het Poeliersbedrijf van 13 maart 2003 met de titel ‘Aanvulling van de hygiënecode voor het poeliersbedrijf voor pluimvee-uitsnijderijen met een geringe capaciteit’.
2. De exploitant, de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van een op grond van artikel 4.16, erkende inrichting verricht de controles, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van richtlijn 71/118/EEG, en is desverzocht in staat de keuringsdierenarts of de veterinaire deskundigen van de Europese Commissie in kennis te stellen van aard, frequentie en resultaat van de verrichte controles, alsmede, zo nodig, van de naam van het controlelaboratorium, met dien verstande dat de exploitant, de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van een op grond van artikel 4.16, eerste en tweede lid, erkende inrichting de algemene hygiëne bij de productie, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van richtlijn 71/118/EEG, controleert door het uitwerken en toepassen van een permanente procedure overeenkomstig artikel 1 van beschikking 2001/471/EG.
3. Voor de toepassing van artikel 1, tweede lid, van beschikking 2001/471/EG kan, voorzover van toepassing, de exploitant, eigenaar of vertegenwoordiger gebruik maken van:
a. de aanvulling op de hygiënecodes voor slachterijen en uitsnijderijen van de Productschappen voor Vee, Vlees en Eieren van 15 mei 2002 met de titel ‘Aanvulling werkboek GHP-code Pluimveeslachterijen en -uitsnijderijen beschikking 2001/471/EG’;
b. de aanvulling op de hygiënecodes voor slachterijen en uitsnijderijen van de Productschappen voor Vee, Vlees en Eieren van 19 juni 2003 met de titel ‘Aanvulling werkboek GHP-code Pluimveeslachterijen en -uitsnijderijen beschikking 2001/471/EG voor pluimveeslachterijen met geringe capaciteit’, of
c. de aanvulling van de Productschappen voor Vee, Vlees en Eieren op de hygiënecode voor het Poeliersbedrijf van 13 maart 2003 met de titel ‘Aanvulling van de hygiënecode voor het poeliersbedrijf voor pluimvee-uitsnijderijen met een geringe capaciteit’.