BWBR0006727
Geldig vanaf 2004-12-06
Artikel 4.18
Regeling keuring en handel dierlijke producten
1. De minister schort een op grond van artikel 4.16afgegeven erkenning tijdelijk op, indien de keuringsdierenarts heeft geconstateerd dat de voorschriften, bedoeld in de artikelen 4.16en 4.17niet worden nageleefd, en wanneer de keuringsdierenarts is gebleken dat de in hoofdstuk VIII, punt 51, derde alinea van bijlage I van richtlijn 71/118/EEGbedoelde maatregelen onvoldoende zijn om dit te verhelpen. Opschorting geschiedt niet dan na voorafgaande waarschuwing en na het verstrijken van een daarbij te stellen termijn, waarbinnen alsnog aan voornoemde voorschriften dient te zijn voldaan.
2. Indien blijkt dat de exploitant of de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van de inrichting de geconstateerde gebreken na opschorting niet alsnog binnen een daartoe gestelde termijn verhelpt, trekt de minister de erkenning in.
2. Indien blijkt dat de exploitant of de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van de inrichting de geconstateerde gebreken na opschorting niet alsnog binnen een daartoe gestelde termijn verhelpt, trekt de minister de erkenning in.