BWBR0006727
Geldig vanaf 2004-12-06
Artikel 3.6
Regeling keuring en handel dierlijke producten
1. De minister kan toestemming verlenen voor de productie, verwerking en distributie van producten van dierlijke oorsprong, die zijn bestemd voor menselijke consumptie, afkomstig van een grondgebied of een deel van een grondgebied ten aanzien waarvan om veterinairrechtelijke redenen vastgestelde beperkende maatregelen gelden, voorzover:
a. de producten van dierlijke oorsprong niet afkomstig zijn van een bedrijf dat besmet is of waarvan vermoed wordt dat het besmet is met een van de ziekten waarvoor de in artikel 3.3 bedoelde maatregelen gelden;
b. de om veterinairrechtelijke redenen vastgestelde beperkende maatregelen, bedoeld in bijlage I bij richtlijn 2002/99/EG in acht zijn genomen;
c. de producten, in afwachting van de in onderdeel e bedoelde behandeling, bij de vervaardiging, de hantering, het vervoer en de opslag in tijd of ruimte gescheiden zijn gehouden van producten die wel aan alle veterinairrechtelijke voorschriften voldoen, en de voorwaarden voor het vervoer buiten het grondgebied ten aanzien waarvan om veterinairrechtelijke redenen vastgestelde beperkende maatregelen gelden door de minister zijn goedgekeurd;
d. de te behandelen producten van dierlijke oorsprong naar behoren zijn geïdentificeerd;
e. de producten van dierlijke oorsprong een behandeling ondergaan die voldoende is om het betrokken veterinairrechtelijke probleem te verhelpen;
f. de behandeling wordt toegepast in een inrichting die daartoe erkend is door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het veterinairrechtelijke probleem zich heeft voorgedaan.
2. De onderdelen c tot en met f van het eerste lid worden toegepast overeenkomstig:
a. de bijlagen II en III, punt 1, van richtlijn 2002/99/EG;
b. de op grond van artikel 4, eerste lid, van richtlijn 2002/99/EG vastgestelde communautaire maatregelen.
a. de producten van dierlijke oorsprong niet afkomstig zijn van een bedrijf dat besmet is of waarvan vermoed wordt dat het besmet is met een van de ziekten waarvoor de in artikel 3.3 bedoelde maatregelen gelden;
b. de om veterinairrechtelijke redenen vastgestelde beperkende maatregelen, bedoeld in bijlage I bij richtlijn 2002/99/EG in acht zijn genomen;
c. de producten, in afwachting van de in onderdeel e bedoelde behandeling, bij de vervaardiging, de hantering, het vervoer en de opslag in tijd of ruimte gescheiden zijn gehouden van producten die wel aan alle veterinairrechtelijke voorschriften voldoen, en de voorwaarden voor het vervoer buiten het grondgebied ten aanzien waarvan om veterinairrechtelijke redenen vastgestelde beperkende maatregelen gelden door de minister zijn goedgekeurd;
d. de te behandelen producten van dierlijke oorsprong naar behoren zijn geïdentificeerd;
e. de producten van dierlijke oorsprong een behandeling ondergaan die voldoende is om het betrokken veterinairrechtelijke probleem te verhelpen;
f. de behandeling wordt toegepast in een inrichting die daartoe erkend is door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het veterinairrechtelijke probleem zich heeft voorgedaan.
2. De onderdelen c tot en met f van het eerste lid worden toegepast overeenkomstig:
a. de bijlagen II en III, punt 1, van richtlijn 2002/99/EG;
b. de op grond van artikel 4, eerste lid, van richtlijn 2002/99/EG vastgestelde communautaire maatregelen.